Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert



Leidraad

Digitale technologie

die het leren verbetert

Acht aanbevelingen voor het basisonderwijs

en het secundair onderwijs

Leidraad

Digitale technologie

die het leren verbetert

Acht aanbevelingen voor het basisonderwijs

en het secundair onderwijs

Febe Demedts, Rani Van Schoors, Ruth Boelens,

Peter Dejonckheere, Fien Depaepe

In opdracht van

04

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

W EG WIJS

Tekstkaders

In de gekleurde tekstkaders vind je extra informatie.

De  blauwe kaders  vertellen je meer over wetenschappelijke

achtergronden, de informatie in de  paarse kaders  is

meer praktisch van aard.

05



IN H O U D

Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 06

Aanbevelingen samengevat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 08

1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

1.1. Wat begrijpen we onder digitale technologie?

1.2. Waarom digitale technologie integreren?

1.3. Een brede leidraad

1.4. Vier thema’s voor sterker leren met digitale technologie

1.5. Randvoorwaarden op schoolniveau: beleid, ondersteuning en infrastructuur

1.6. Hoe zit het met AI en digitale technologie?

2. Aanbevelingen

1. Versterk cognitieve leeruitkomsten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

2. Versterk motivatie en betrokkenheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

3. Ondersteun specifieke noden doelgericht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25

4. Stem af op de ontwikkelingsfase . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29

5. Benut visualisatie en immersie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33

6. Geef effectieve digitale feedback . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36

7. Kies technologie leerdoelgericht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38

8. Investeer in gerichte professionalisering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40

Verklarende woordenlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44

Referenties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45

06

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

Beste lezer

Welkom bij onze leidraad ‘Digitale technologie’.

Met deze leidraad willen we leerkrachten,

schoolleiders, pedagogisch begeleiders, leraren­

opleiders en andere onderwijsprofessionals

ondersteunen om digitale technologie doordacht

in te zetten in het basis- en secundair onderwijs.

Waarom een leidraad?

Als kenniscentrum wil Leerpunt de onderwijspraktijk

versterken met inzichten uit wetenschappelijk onder­

zoek. Een van de manieren waarop we dit doen, is via

‘leidraden’. Dit zijn praktische gidsen die gefundeerde

aanbevelingen en bruikbare tips bieden voor de klas- en

schoolpraktijk. Ze richten zich op leraren, schoolleiders,

zorgcoördinatoren, pedagogisch begeleiders, leraren­

opleiders en andere onderwijsprofessionals uit het

basis- en secundair onderwijs.

Een leidraad is géén handboek dat stap voor stap

voorschrijft wat je moet doen. In het onderwijs bestaat

immers zelden één aanpak die in elke klas en voor elke

leraar werkt. Verschillende situaties vragen nu eenmaal

om verschillende werkwijzen. Het is de bedoeling dat

een leidraad inspireert, uitdaagt en uitnodigt tot reflectie

en professionele dialoog binnen schoolteams. Op die

manier ondersteunt en stimuleert de leidraad scholen

om weloverwogen keuzes te maken bij het vormgeven

van hun onderwijspraktijk.

Daarnaast ziet Leerpunt een leidraad als een krachtig

hulpmiddel om samenwerking tussen onderwijs­

professionals te stimuleren. Door verschillende expertises

samen te brengen, streven we ernaar de onderwijs­

kwaliteit duurzaam te vergroten.

Waarom deze leidraad over digitale technologie?

De thema’s van onze leidraden spelen rechtstreeks in

op de kernprioriteiten van het Vlaamse onderwijsveld.

Leerkrachten en schoolleiders geven aan dat ze meer

houvast zoeken bij thema’s die cruciaal zijn voor kwa­

liteitsvol onderwijs. Deze noden zijn gebundeld in de

kennisagenda van Leerpunt.

Digitale technologie kwam daaruit naar voren als thema

waarvoor een grote behoefte aan wetenschappelijk

geïnformeerde kennis én praktische vertaling bestaat.

De leidraad ‘Digitale technologie’ bundelt de meest

recente en relevante nationale en internationale

onderzoeksbevindingen rond dit onderwerp en beant­

woordt de centrale vraag: Hoe kunnen onderwijspro­

fessionals, op basis van wetenschappelijk onderbouwde

inzichten, digitale technologie doordacht inzetten bij

leerlingen in het basis- en secundair onderwijs – en dit

in uiteenlopende contexten?

De leidraad is opgebouwd rond vier centrale thema’s

die samen richting geven aan het gebruik van digitale

technologie in scholen: Leeruitkomsten, Leerlingen,

VO O R W O O R D

LEESTIP

De leidraden van Leerpunt

De leidraden hebben als doel om te inspireren en uit te nodigen tot reflectie

en professionele dialoog binnen schoolteams. Op die manier ondersteunt en

stimuleert de leidraad scholen om weloverwogen keuzes te maken bij het

vormgeven van hun onderwijspraktijk.

Sinds het voorjaar van 2025 worden de leidraden stelselmatig gepubliceerd

op de website van Leerpunt. Ook de leidraad die je nu in handen hebt.

Leidraden Leerpunt

leerpunt.be

07



Digitale technologie, en Integratie. Binnen elk thema

worden concrete aanbevelingen geformuleerd, telkens

aangevuld met voorbeelden en richtinggevende vragen

die scholen kunnen ondersteunen om het gebruik van

digitale technologie doordacht te plannen.

Hoe komt een leidraad tot stand?

Een leidraad ontwikkelen is een zorgvuldig proces in

meerdere fasen, waarbij zowel onderzoekers als onaf­

hankelijke beoordelaars betrokken zijn. Het traject start

met een overheidsopdracht die Leerpunt uitschrijft.

Onafhankelijke organisaties kunnen vervolgens voor­

stellen indienen; Leerpunt ontwikkelt de leidraden dus

niet zelf.

Een onafhankelijke beoordelingscommissie evalueert

de voorstellen. De organisatie die het beste voorstel

indient en voldoet aan de kwaliteitscriteria, krijgt de

opdracht toegewezen. Voor deze leidraad over digitale

technologie werd samengewerkt met onderzoekers van

de KU Leuven en Hogeschool VIVES.

Het ontwikkelproces voor deze leidraad kende meer­

dere stappen. Eerst werd een meta-review uitgevoerd

van bestaand onderzoek naar effectieve interventies

voor digitale technologie. Daarbij bouwden we voort

op inzichten van de Britse Education Endowment

Foundation (EEF), die onderwijsprofessionals via prak­

tische toolkits toegang biedt tot onderwijsonderzoek.

Daarnaast zijn ook recente reviews en studies meege­

nomen. Om de aanbevelingen concreet en toepasbaar

te maken, werden praktijkvoorbeelden verzameld

via focusgesprekken met elf Vlaamse scholen en één

leersteuncentrum. Deze voorbeelden illustreren hoe

scholen digitale technologie doelgericht inzetten en

verhogen de praktische bruikbaarheid en herkenbaar­

heid van de leidraad.

De leidraad is geschreven door het team onderzoekers

van KU Leuven en Hogeschool VIVES met expertise in

digitale technologie. Een panel van nationale en inter­

nationale experts evalueerde de leidraad op weten­

schappelijke kwaliteit, praktijkrelevantie en toeganke­

lijkheid voor Vlaamse onderwijsprofessionals.

Na afronding werd de leidraad voorgelegd aan de

wetenschappelijke en gebruikerscommissie van

Leerpunt, die finaal beslist of deze voldoet aan de

kwaliteitsnormen. Uiteindelijk heeft al dit werk geresul­

teerd in deze leidraad waarin we wetenschappelijke en

praktijkgerichte informatie op een toegankelijke manier

presenteren.

Veel lees- en leerplezier!

Team Leerpunt

“Leidraden leiden onderwijs­professionals via

onderbouwde aanbevelingen naar praktische tips

en aanpakken voor de klaspraktijk.”

Nieuwsbrief

leerpunt.be

LEESTIP

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Via onze nieuwsbrieven blijf je op de

hoogte van de nieuwste publicaties,

oproepen tot nieuwe leidraden, onder­

zoeksprojecten of samenwerkingen.

Inschrijven kan via onze website.

08

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

A A N B E V ELING EN S A M EN G E VAT

Deze leidraad formuleert acht aan­

bevelingen die gebruikt kunnen

worden door leraren, pedagogisch

begeleiders, lerarenopleiders en

andere onderwijsprofessionals om

het potentieel van hun technologie­

gebruik volledig te benutten.

Deze aanbevelingen zijn geclusterd

in vier thema’s. Per aanbeveling

zijn verder één of meerdere richt­

vragen geformuleerd, die scholen

en leerkrachten kunnen helpen om

doordacht om te gaan met digitale

technologie in de klas of op school.

Hiernaast vind je een eerst overzicht

van de thema’s met bijhorende richt­

vragen voor de onderwijspraktijk.

Vervolgens vind je een samenvatting

van de acht aanbevelingen.

09

Aanbevelingen samengevat

Thema 1: Leeruitkomsten

Aanbeveling 1

Gebruik digitale technologie om cognitieve leer­

uitkomsten van leerlingen te ondersteunen.

Op welke manier kan digitale technologie bijdragen aan

begrip, kennisverdieping en probleemoplossend leren?

Aanbeveling 2

Gebruik digitale technologie om niet-cognitieve

leeruitkomsten te ondersteunen.

Wanneer kan digitale technologie motivatie, betrok­

kenheid en andere niet-cognitieve leeruitkomsten

versterken?

Thema 2: Leerlingen

Aanbeveling 3

Zet digitale technologie doelgericht in om leerlingen

met specifieke onderwijsnoden of ongelijke start­

kansen te ondersteunen in hun leerproces.

Hoe kan digitale technologie het leerproces van leerlin­

gen met specifieke onderwijsnoden ondersteunen?

Hoe kan digitale technologie compenseren voor onge­

lijke startkansen?

Aanbeveling 4

Kies digitale technologie die aansluit bij de leeftijd en

de ontwikkelingsfase van leerlingen.

Hoe beïnvloeden de leeftijd en ontwikkelingsfase van

leerlingen de effectiviteit van digitale technologie in het

onderwijs?

Thema 3: Doordacht digitale technologie kiezen

Aanbeveling 5

Neem de mogelijkheden van visualisatietools en

immersieve technologie onder de loep.

Hoe kunnen visualisatietools het leren ondersteunen?

Hoe kan immersieve technologie, zoals XR, het leren

ondersteunen?

Aanbeveling 6

Onderzoek de mogelijkheden voor het geven van

digitale feedback.

Hoe kan geautomatiseerde feedback het leren

ondersteunen?

Welke meerwaarde kan AI-gegenereerde feedback

bieden voor het leerproces?

Thema 4: Integratie

Aanbeveling 7

Kies doordacht voor digitale technologie op basis van

leerdoelen.

Vervangt digitale technologie bestaande lespraktijken

of vult ze die aan?

Hoe lang, hoe intens en hoe frequent moet ik digitale

technologie gebruiken?

Hoe kan de aandacht van leerlingen worden vastgehou­

den en digitale afleiding worden beperkt?

Aanbeveling 8

Kies voor effectieve vormen van professionalisering

op maat.

Welke competenties zijn nodig om digitale technologie

te integreren?

Welke professionaliseringsmogelijkheden ondersteunen

de integratie van digitale technologie?

10

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

 4

Kies digitale technologie die

aansluit bij de leeftijd en de

ontwikkelingsfase van leerlingen.

y Gebruik bij jongere leerlingen vooral visuele steun,

directe feedback en gestructureerde oefening.

y Zet bij oudere leerlingen technologie in die aansluit

bij abstract denken, zelfsturing en samenwerking.

→Lees hierover meer op pagina 29

 1

Gebruik digitale technologie om

cognitieve leeruitkomsten van

leerlingen te ondersteunen.

y Activeer leerlingen cognitief met digitale technologie.

Dit kan hun cognitieve leeruitkomsten versterken,

zoals begripsvorming, kennisverdieping en probleem­­

oplossend denken.

y Gebruik technologie voor zowel ondersteuning als

extra uitdaging.

y Combineer technologie met duidelijke instructie en

begeleiding om basiskennis te structureren en het

leren te ondersteunen.

y Kies toepassingen die interactie, exploratie en feed­

back bieden mogelijk maken. De impact van digitale

technologie is dan het grootst.

→Lees hierover meer op pagina 20

 2

Gebruik digitale technologie om

niet-cognitieve leeruitkomsten te

ondersteunen.

y Zet technologie in om motivatie, betrokkenheid, leer­

houding, zelfvertrouwen en zelfsturing te versterken.

y Gebruik technologie doelgericht in werkvormen die

leerlingen actief betrekken, autonomie geven en

samenwerking stimuleren.

→Lees hierover meer op pagina 23

 3

Zet digitale technologie doelgericht

in om leerlingen met specifieke

onderwijsnoden of ongelijke

startkansen te ondersteunen in

hun leerproces.

y Bied extra houvast met herhaling, visuele steun en

directe feedback.

y Gebruik technologie om differentiatie te versterken

en leerlingen op eigen tempo en niveau te laten

werken. De leerkracht krijgt zo ook meer ruimte voor

gerichte ondersteuning.

y Zet digitale middelen in om drempels te verlagen en

inclusie en gelijke kansen te bevorderen.

y Compenseer (een deel van) de achterstanden bij

leerlingen met minder gunstige thuissituaties of

anderstalige leerlingen.

→Lees hierover meer op pagina 25.

11

 Aanbevelingen samengevat

 5

Neem de mogelijkheden van

visualisatietools en immersieve

technologie onder de loep.

y Gebruik visualisatietools om abstracte leerstof

concreter en begrijpelijker te maken.

y Zet immersieve technologie in om authentieke

leerervaringen te creëren.

y Blijf openstaan voor andere digitale technologieën

die leren versterken.

→Lees hierover meer op pagina 33

 8

Kies voor effectieve vormen van

professionalisering op maat.

y Zorg voor voldoende ondersteuning om technologie

krachtig in te zetten.

y Vermijd stress en onzekerheid door in te zetten op

opleiding en professionalisering.

y Gebruik kaders zoals DigCompEdu en initiatieven

zoals het Digiplan om competenties te ontwikkelen

en technologie doelgerichter in te zetten.

→Lees hierover meer op pagina 40

 6

Onderzoek de mogelijkheden voor

het geven van digitale feedback.

y Zet geautomatiseerde feedback in om leerlingen

onmiddellijk inzicht te geven in hun prestaties.

y Geef meer dan alleen juist/fout-feedback.

y Vul digitale of AI-gegenereerde feedback aan met

andere vormen van feedback door de leerkracht.

→Lees hierover meer op pagina 36

 7

Kies doordacht voor digitale

technologie op basis van

leerdoelen.

y Kies technologie bewust in functie van de leerdoelen.

y Gebruik technologie doordacht: let op intensiteit,

frequentie en duur.

y Zorg voor een evenwicht tussen digitale en niet-

digitale activiteiten.

y Beperk digitale afleiding en bewaak de aandacht van

leerlingen.

→Lees hierover meer op pagina 38

12

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

13

Inleiding

1.1. Wat begrijpen we onder digitale

technologie?

‘Digitale technologie’ verwijst in deze leidraad naar alle

elektronische systemen, apparaten en software die

digitale informatie verwerken en worden ingezet om

leren en onderwijzen te ondersteunen en te versterken.

Dit omvat zowel hardware (zoals laptops, tablets, inter­

actieve borden en robotica) als software en digitale

toepassingen (zoals leerplatformen, simulaties, adap­

tieve oefenprogramma’s, AI-tools en immersieve tech­

nologie).1 In deze leidraad ligt de nadruk niet op digitale

technologie als doel op zich, maar als middel om het

leren en onderwijzen te ondersteunen.

1.2. Waarom digitale technologie

integreren?

Digitale technologie biedt tal van mogelijkheden voor

het onderwijs. Ze kan informatie visueel ondersteunen,

processen stimuleren, concepten verduidelijken, leer­

lingen op afstand met elkaar verbinden, leeromgevingen

personaliseren, leerkrachten inzichten verschaffen over

het leerproces van leerlingen en noem maar op. Toch

is het effect ervan op leren niet altijd eenduidig.

Onderzoek wijst erop dat digitale toepassingen niet

automatisch leiden tot betere leeruitkomsten bij

leerlingen.2

Verschillende studies tonen aan dat digitale technologie

een positief effect kan hebben op de leeruitkomsten

van leerlingen, maar enkel als ze doelgericht en gepast

wordt ingezet. 3 Ook tonen studies aan dat de grootte

van de effecten sterk kan variëren. De impact kan

betrekking hebben op cognitieve leeruitkomsten (zoals

leerwinst), niet-cognitieve leeruitkomsten (zoals moti­

vatie of zelfvertrouwen) en op efficiëntie (bijvoorbeeld

tijdwinst).

Voorbeelden van mogelijke toepassingen van digitale

technologie zijn:

het gebruik van instructievideo’s om leerinhouden

voor leerlingen te verduidelijken; 4

digitale technologie voor remediëring, zoals adap­

tieve software die extra ondersteuning biedt aan

leerlingen met specifieke noden; 5

1. Inleiding

interactieve leerplatformen die feedback geven

tijdens het leerproces; 6 

simulaties die abstracte of complexe begrippen

tastbaar kunnen maken; 7

educatieve spellen en programmeeromgevingen om

kennis en vaardigheden in te oefenen. 8

De boodschap die voortkomt uit deze studies is niet

dat de digitale technologie op zichzelf de effectiviteit

bepaalt, maar wel de mate waarin deze aansluit bij de

beoogde leeruitkomsten, de kenmerken van de leren­

den, de aanpak van de leerkracht en het ontwerp van

de leeromgeving. 9 Met andere woorden, de digitale

technologie zelf bepaalt niet hoe effectief leerlingen

leren, maar het is de manier waarop ze wordt gebruikt

die ertoe doet. Zo zal één enkele digitale technologie

nooit de meest geschikte zijn voor elke onderwijs­

situatie.10 Het is daarom belangrijk dat de technologie

past binnen een goed doordachte en doelgerichte

onderwijsaanpak. Wat bijvoorbeeld werkt om basis­

kennis of vaardigheden in te oefenen, zoals dril- en

oefensoftware, is niet per se geschikt om inzicht te

verdiepen of om transfer te stimuleren.11

1.3. Een brede leidraad

Deze leidraad dient ter ondersteuning bij het maken

van doordachte keuzes over het gebruik van digitale

technologie in de les, klas of school. Ze helpt om kri­

tisch stil te staan bij het waarom en hoe van digitale

technologie.

We hebben er bewust voor gekozen om geen onder­

scheid te maken tussen doelgroepen (bijvoorbeeld

enkel voor leerkrachten kleuteronderwijs, lager

onderwijs of secundair onderwijs) bij de voorbeelden

of illustraties. De bedoeling is dat elke leerkracht zelf

de transfer kan maken naar zijn of haar eigen context,

leerlingen en schoolomgeving.

De voorbeelden uit de praktijk in deze leidraad zijn in

de eerste plaats bedoeld om te inspireren, niet om als

norm te dienen. Er bestaan ongetwijfeld andere voor­

beelden buiten deze leidraad die even waardevol zijn of

mogelijk beter aansluiten bij specifieke contexten.

14

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

Is digitale technologie het actieve ingrediënt? 25

In onderzoek naar digitale techno­

logie wordt vaak nagegaan of leer­

lingen die via digitale technologie

ondersteund worden meer vooruit­

gang boeken dan leerlingen die les

krijgen zonder dergelijke technolo­

gie. Daarbij wordt onterecht uitge­

gaan dat digitale technologie het

actieve ingrediënt is dat het leren

beïnvloedt. 26 In een klein aantal

studies wordt het effect van digitale

ondersteuning direct vergeleken

met dezelfde inhoud aangeboden via

een niet-digitale aanpak.

Een voorbeeld is het onderzoek naar

de effectiviteit van een spelgeba­

seerde leesinterventie ABRA die

gericht is op het ondersteunen van

beginnende lezers. 27

De studie vergeleek drie groepen

leerlingen:

y De eerste groep werkte met de

digitale versie van ABRA.

y De tweede groep kreeg een

vergelijkbare inhoud via pen en

papier, aangevuld met materialen

zoals magnetische letters en

kaarten.

y Een derde groep volgde enkel

het traditionele leesonderwijs

(controlegroep).

Elke activiteit in het digitale pro­

gramma werd afgestemd op een

gelijkaardige niet-digitale variant

(‘gematcht’). De gebruikte verhalen,

woordenschat, vragen, woorden

en letterklanken waren met andere

woorden inhoudelijk identiek. Het

enige verschil tussen beide expe­

rimentele groepen was dus het

gebruikte medium (digitaal versus

niet-digitaal).

Leerlingen in de digitale ABRA-groep

en de niet-digitale groep maakten

een vergelijkbare vooruitgang, en

beide groepen maakten meer voor­

uitgang dan leerlingen in de con­

trolegroep. Dit voorbeeld toont aan

dat de inhoud van de interventie,

die zorgvuldig is ontworpen door

experts in leesontwikkeling, belang­

rijker is dan de gebruikte digitale

technologie. Men zou kunnen stellen

dat de didactische aanpak om lezen

te ondersteunen het ‘actieve ingre­

diënt’ in het project was, en dus niet

de digitale technologie op zich.

15

Inleiding

We houden ook rekening met de grote verschillen in

digitale competenties tussen leerkrachten. Deze lei­

draad wil laagdrempelig zijn en ruimte geven om stap

voor stap te groeien in het gebruik van technologie. Het

uitgangspunt is dat iedereen iets kan meenemen: een

idee, een werkvorm of een digitale technologie die kan

bijdragen aan de eigen klaspraktijk.

Met deze leidraad willen we:

Aansluiten bij een concrete onderwijsbehoefte.

Digitale technologie inzetten in de klas of op school

is maar zinvol wanneer ze inspeelt op een duidelijke

nood of onderwijsbehoefte. De huidige leidraad kan

leerkrachten helpen om die nood af te bakenen en

kritisch na te gaan of digitale technologie effectief

een meerwaarde kan bieden.

De leerkracht versterken in plaats van vervangen.

Digitale technologie kan helpen om uitleg of instruc­

ties te verduidelijken, leerlingen doelgerichter te

laten oefenen met de leerstof of sneller en gerichter

feedback te geven. Maar digitale technologie ver­

vangt de leerkracht niet, ze kan de leerkracht wel

versterken of ondersteunen

Aandacht vragen voor vorming en ondersteuning

van de leerkracht.

Nieuwe digitale tools inzetten, vraagt gerichte onder­

steuning en de nodige opleiding van leerkrachten.

Zonder een goede voorbereiding levert het inzetten

van digitale technologie vaak (te) weinig op. De

leidraad maakt leerkrachten alert voor wat er nodig

is om digitale technologie te laten werken in de

klaspraktijk.

Focussen op toekomstgericht onderwijs.

Door digitale technologie doordacht in te zetten,

bouwen scholen en leerkrachten mee aan een sterker

en eigentijds onderwijs waarin leerlingen actief en

betrokken zijn en op hun eigen niveau kunnen leren.

Scholen kunnen de leidraad ook gebruiken als inspiratie­

bron voor studiedagen, teamoverleg of bij het uitwerken

van professionaliseringstrajecten. Ook voor leerlingen

die actief zijn in de schoolraad of voor ouders die lid zijn

van de ouderraad kan deze leidraad verhelderend zijn.

Tenslotte beïnvloedt digitale technologie zowel het

leren in de klas als de communicatie en samenwerking

met ouders. Digitale kanalen zoals leerplatformen,

berichtensystemen of digitale agenda’s kunnen dit

partnerschap versterken, op voorwaarde dat er duide­

lijke afspraken worden gemaakt zodat de communicatie

helder en ondersteunend blijft. Meer hierover kan je

ook lezen in de Leidraad ‘Samenwerken met ouders’

van Leerpunt.

1.4. Vier thema’s voor sterker leren met

digitale technologie

Om de impact van digitale technologie op het onderwijs

te begrijpen, is het belangrijk om zicht te krijgen op

onderliggende factoren die de effectiviteit bepalen. 12

Een recente meta-review, die de bevindingen van

meerdere meta-analyses heeft samengebracht, bracht

vier centrale thema’s naar voren die samenhangen

met de effectiviteit van digitale technologie in onder­

wijscontexten. 13 We lichten hieronder de vier thema’s

– die elkaar deels overlappen – kort toe. De thema’s

worden in de leidraad verder uitgewerkt volgens onder­

staande volgorde. Deze volgorde sluit ook aan bij het

didactisch handelen van de leerkracht. (zie Figuur 1)

BETER LEREN MET DIGITALE TECHNOLOGIE

LEERUITKOMSTEN

Welke

leeruitkomsten wil

ik bereiken?

LEERLINGEN

Wat is de

beginsituatie van

mijn leerlingen?

DIGITALE

TECHNOLOGIE

Welke

mogelijkheden

heeft de digitale

technologie?

INTEGRATIE

Hoe pak ik

dit aan in

de praktijk?

Figuur 1. Vier centrale thema’s die samenhangen met de effectiviteit van digitale technologie in onderwijscontexten

16

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

Autonomie en schoolbrede afstemming: twee pijlers van een sterk ICT-beleid

Uit focusgesprekken blijkt dat een

gezamenlijke aanpak in de praktijk

niet altijd vanzelfsprekend is. Veel

leerkrachten erkennen het belang

van digitale technologie, maar erva­

ren verschillen in de manier waarop

dit wordt aangepakt op school.

Sommige leerkrachten hechten veel

belang aan autonomie en willen zelf

kunnen bepalen welke digitale tech­

nologie zij selecteren en hoe zij die

in hun klaspraktijk inzetten. Andere

leerkrachten vragen net meer

afstemming en duidelijke afspraken.

Dat kan gaan over bijvoorbeeld:

y licenties en toegang tot digitale

tools;

y ondersteuning door

ICT-coördinatoren;

y afspraken rond laptops en gebruik

in de klas;

y ondersteuning voor kwetsbare

leerlingen.

De spanning die soms wordt erva­

ren tussen individuele keuzes en

schoolbrede afspraken toont het

belang aan van goed overleg binnen

het schoolteam. Digitale didactiek

ontstaat immers in samenspraak

met collega’s, ondersteund door een

gedeelde visie en een op die visie

afgestemde organisatie. Een goed

ICT-beleid biedt daarvoor een kader,

zonder dat het de professionele

autonomie van leerkrachten in de

weg staat.

ICT-beleidsplan en teamgerichte ICT-coördinatie

In de leidraad ‘Digitale technologie die het leren verbe­

tert’ ligt de focus op de didactische integratie van digi­

tale technologie in de klas. We gaan dus niet uitgebreid

in op de bouwstenen en randvoorwaarden van een

ICT-beleidsplan.

Wil men een ICT-beleidsplan voor de school opstellen,

maar is het onduidelijk hoe daaraan te beginnen? Of

heeft de school al een ICT-beleidsplan, maar is het van

belang om na te gaan waar nog verbeterpunten liggen?

Dan is de ICT-beleidsplanner 28 een goed vertrekpunt.

ICT-beleidsplanner

vlaanderen.be

Hieronder vernoemen we enkele websites met waardevol

materiaal over onderwerpen die verband houden met

het ICT-beleidsplan:

Actieplan cybersecurity voor

het Vlaamse onderwijs

vlaanderen.be

Het opstellen van een

mediawijsheidsbeleid

op schoolniveau

mediawijs.be

Doordachte keuzes maken bij

het aankopen van educatieve

tools

europeanschoolnetacademy.eu

Digitale technologie rendeert pas wanneer individuele klaspraktijken

aansluiten bij een schoolbrede visie. Heldere afspraken over tools,

ondersteuning en infrastructuur creëren rust en duidelijkheid. Binnen dat

kader blijft professionele autonomie essentieel, maar ze wordt gedragen

door overleg en gezamenlijke doelgerichtheid.

17

Inleiding

Thema 1: Leeruitkomsten

De effectiviteit van digitale technologie wordt best

bekeken in het licht van de nagestreefde leerdoelen.

Digitale technologieën kunnen bijdragen aan cognitieve

leeruitkomsten. Daarnaast kunnen digitale technologieën,

wanneer ze bijvoorbeeld worden ingezet in autonomie­

bevorderende werkvormen, ook positieve effecten

hebben op sociaal, emotioneel en motivationeel vlak.

Bovendien kan digitale technologie helpen om het leer­

proces efficiënter te maken, bijvoorbeeld door automa­

tische feedback of het verzamelen van leer­resultaten.

Het is dus van belang dat digitale technologie doel­

gericht wordt gekozen en afgestemd op wat men als

leerkracht wil bereiken.

Thema 2: Leerlingen

Naast de leerdoelen is het van belang om te kijken

naar wie de digitale technologie gebruikt. De begin­

situatie, vaardigheden en behoeften van leerlingen zijn

bepalend voor de effectiviteit van digitale technologie.

Sommige leerlingen hebben meer baat bij digitale tech­

nologie die extra structuur, herhaling of begeleiding

biedt. Voor leerlingen met leerproblemen of een lagere

sociaaleconomische status (SES) kan digitale tech­

nologie een belangrijke hefboom zijn, omdat ze extra

ondersteuning of ondersteuning op maat kan bieden,

die thuis niet altijd beschikbaar is.

Thema 3: Digitale technologie

De keuze voor digitale technologie hangt dan weer

samen met de kwaliteiten en functies van de gebruikte

digitale technologie. Eigenschappen zoals adaptiviteit,

interactieve elementen, duidelijke feedback en visuele

ondersteuning maken een digitale technologie vaak

krachtiger. Digitale technologieën die instructies

afstemmen op het niveau van de leerling en hen actief

laten meedenken, zijn doorgaans effectiever dan digi­

tale technologie die vooral passief gebruik vraagt, zoals

enkel klikken of kijken.

Thema 4: Integratie

Ten slotte stellen we de vraag hoe een leerkracht dit

alles kan realiseren in de praktijk. Digitale techno­

logie kan een positief effect uitoefenen wanneer ze

doordacht wordt geïntegreerd in de klaspraktijk. Zoals

eerder aangegeven is het niet de technologie zelf die

het verschil maakt, maar hoe de digitale technologie

wordt vormgegeven en hoe ze wordt ingezet in een

breder geheel van onderwijs- en leeractiviteiten. Zo’n

gerichte aanpak vraagt om voldoende ondersteuning

voor leerkrachten. Dus ook professionalisering en het

uitwisselen van relevante ervaringen zijn van belang om

tot goede keuzes te kunnen komen.

1.5. Randvoorwaarden op schoolniveau:

beleid, ondersteuning en

infrastructuur

De vier thema’s die in de leidraad centraal staan,

richten zich vooral op het klasniveau en de rol van de

leerkracht. Toch volstaat een bepaalde aanpak in de

klas niet altijd om de impact van digitale technologie

ten volle te realiseren. Een belangrijke randvoorwaarde

is een doordacht ICT-beleid. 14 Scholen die duidelijke

keuzes maken over het waarom, hoe en wat van digitale

technologie hebben een grotere kans dat deze techno­

logie daadwerkelijk een meerwaarde betekent voor het

leren van hun leerlingen. Zonder een helder plan voor

ondersteuning en integratie is de kans veel kleiner dat

digitale technologie een positieve impact zal hebben.15

Een sterk ICT-beleid vertrekt vanuit gedeelde doelen:

Waarom wil de school inzetten op bepaalde digitale

technologieën?

Welke leerdoelen worden ermee ondersteund?

Welke visie heeft het team op effectief digitaal leren?

Zodra het duidelijk is waarom en hoe de school wil

inzetten op (bepaalde) digitale technologieën, kan een

school nagaan of ze daar ook voldoende capaciteit voor

heeft. 16

Die capaciteit omvat onder andere:

tijd en middelen om digitale technologie te

integreren;

professionaliseringstrajecten voor leerkrachten;

ondersteuning bij technische en pedagogische

vragen;

een betrouwbare en toegankelijke infrastructuur

(bijvoorbeeld netwerkverbinding, onderhoud …).

Het ‘e-capacitymodel’ biedt hiervoor een bruikbaar

kader: het wijst op de nood aan afstemming tussen

infrastructuur, visie, leerkrachtcompetenties en school­

organisatie om tot effectieve en duurzame integratie te

kunnen komen. 17

18

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

“AI verwijst naar op machines gebaseerde systemen die,

op basis van door mensen gedefinieerde doelstellingen,

voorspellingen kunnen maken, aanbevelingen kunnen

formuleren of beslissingen kunnen nemen die invloed

uitoefenen op reële of virtuele omgevingen. AI-systemen

gaan interactie aan met ons en grijpen in op onze

omgeving, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks.

Vaak lijken ze autonoom te functioneren en kunnen ze

hun ‘gedrag’ aanpassen door te leren van de context.”

(Vertaald uit: UNICEF 2021, p. 16)22

Op basis van de eerder vermelde meta-review werd

duidelijk dat er voorlopig nog weinig concrete resulta­

ten beschikbaar zijn uit meta-analyses over AI. Hoewel

AI als digitale technologie al een lange geschiedenis

kent, worden studies naar de effectiviteit ervan op leer­

uitkomsten pas recent gepubliceerd. 23 Daarom werd AI

niet expliciet opgenomen in de review die aan deze lei­

draad ten grondslag ligt. Tegelijk vraagt de toenemende

aandacht voor AI dat we opdrachten en evaluatie in het

onderwijs herdenken, én dat we leerlingen voorberei­

den op een kritisch en verantwoord gebruik van deze

technologie. 24

Waar relevant trachten we daarom wel te verwijzen naar

mogelijkheden die AI te bieden heeft.

Verder vind je aan het einde van deze leidraad een

begrippenlijst met korte toelichtingen bij belangrijke

termen. Zo kan je snel terugvinden wat met specifieke

begrippen wordt bedoeld.

1.6. Hoe zit het met AI en digitale

technologie?

Met de komst van ChatGPT won artificiële intelligentie

(AI) de laatste jaren aan populariteit in het onderwijs.

Die verhoogde interesse is te wijten aan de vele veron­

derstelde voordelen. Net als andere digitale technologie

kan AI een positieve invloed hebben op leeruitkom­

sten. 18 Het biedt mogelijkheden om leerstof en les­

materiaal te personaliseren en kan zowel leerlingen als

leerkrachten ondersteunen door inzicht te geven in wat

er zich tijdens een leerproces afspeelt. 19

AI omvat bovendien een brede waaier aan toepassingen

die veel verder gaan dan enkel de generatieve modellen

zoals ChatGPT of Copilot. Ook minder recente of minder

opvallende vormen van AI vinden steeds vaker hun

weg naar het onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan auto­

matische vertaalsystemen, adaptieve leerplatformen

die zich aanpassen aan het niveau van de leerling of

digitale technologie die automatisch feedback geeft op

schrijfopdrachten.

Hoewel de belangstelling voor AI toeneemt, blijft het

definiëren ervan een uitdaging. De snelle technologi­

sche ontwikkelingen maken het steeds moeilijker om

precies af te bakenen welke toepassingen wel of niet

onder AI vallen. 20 Onderzoekers verwijzen vaak naar

onderstaande definitie van UNICEF. 21 Deze definitie

onderstreept hoe breed AI-technologie kan zijn en

maakt duidelijk dat AI-systemen niet volledig autonoom

opereren, maar steeds door mensen gestuurd worden:

Digitale technologie is geen doel op zich, maar een middel om leren

te versterken. Haar impact hangt af van duidelijke leerdoelen,

doordachte integratie en voldoende ondersteuning. Niet de

aanwezigheid van technologie maakt het verschil, maar de manier

waarop ze aansluit bij leerlingen, leerkrachten en schoolbeleid.

19

2. Aanbevelingen

In dit hoofdstuk formuleren we acht aanbe­

velingen met betrekking tot de vier eerder

beschreven thema’s: Leeruitkomsten, Leer­

lingen, Digitale technologie en Integratie.

Bij elk thema worden de aanbevelingen

beschreven en worden een of meerdere

richtvragen beantwoord die scholen en leer­

krachten kunnen helpen om doordacht om

te gaan met digitale technologie in de klas of

op school. Toelichting geven we op basis van

onderzoek, waaruit we relevante inzichten en

wetenschappelijke bevindingen samenvatten.

Om de aanbevelingen nog meer concreet en

herkenbaar te maken, werden voorbeelden

of illustraties uit de praktijk van Vlaamse

scholen toegevoegd. We sluiten elke aan­

beveling af met een korte conclusie waarin

de kernpunten van de aanbeveling worden

opgesomd.

20

Leidraad Digitale technologie die het leren verbetert

Aanbeveling 1

Gebruik digitale technologie om

cognitieve leeruitkomsten van leerlingen

te ondersteunen

Richtvraag

Op welke manier kan digitale technologie

bijdragen aan begrip, kennisverdieping en

probleemoplossend leren?

Cognitieve leeruitkomsten verwijzen naar wat leerlingen

leren op het vlak van kennis (dit is begrip, kennisver­

dieping en probleemoplossend leren). Het gaat dan om

begrijpen, analyseren, logisch denken, nieuwe inzichten

opbouwen of kennis toepassen in nieuwe contexten.

Onderzoek toont dat digitale technologie deze pro­

cessen kan versterken, vooral wanneer de technologie

leerlingen actief betrekt en uitnodigt tot interactie.

In plaats van op een passieve manier informatie op te

nemen (bijvoorbeeld het bekijken van een kennisclip),

kunnen leerlingen via digitale technologie ook worden

gestimuleerd om hun voorkennis te activeren (bijvoor­

beeld door integratie van interactieve vragen) of zelf op

verkenning te gaan (bijvoorbeeld door een simulatie uit

te voeren in een technologie-verrijkte leeromgeving).

Zo geeft onderzoek aan dat computerondersteunde

instructie het leerrendement kan vergroten bij wis­

kunde wanneer leerlingen cognitief worden geacti­

veerd, zoals bijvoorbeeld bij het modelleren van denk­

processen en strategieën, begeleid zelfstandig leren,

samenwerkend leren. 29

Thema 1: Leeruitkomsten

Een eerste thema betreft

Leeruitkomsten. Digitale technologie

kan leerresultaten versterken op

voorwaarde dat ze goed aansluit

bij de leeromgeving. Digitale tech­

nologie kan bijdragen aan zowel

cognitieve leeruitkomsten (zoals

kennis en inzicht) als niet-cognitieve

leeruitkomsten (zoals motivatie en

betrokkenheid). Denk aan digitale

technologieën zoals simulaties,

dynamische leersoftware, virtual

reality (VR) (zie verder), edu­

catieve spellen of robotica, die

leerprocessen telkens op verschil­

lende manieren kunnen ondersteu­

nen. We bekijken twee aanbevelin­

gen: gebruik digitale technologie om

(1) de cognitieve leeruitkomsten van

leerlingen te ondersteunen en (2)

hun niet-cognitieve leeruitkomsten

te versterken.

Op die manier bouwt men aan:

y Begripsvorming.

Digitale technologie kan vaak abstracte concepten

visualiseren en tastbaar maken. Animaties, inter­

actieve diagrammen of simulaties helpen leerlingen

om een diepgaander begrip te ontwikkelen. Denk

aan een dynamisch geometrieprogramma dat

laat zien wat er gebeurt als een parameter wordt

veranderd, iets wat met pen en papier moeilijker

inzichtelijk gemaakt wordt.

y Kennisverdieping.

Digitale technologie kan het eenvoudiger maken om

kennis op verschillende manieren toe te passen. Zo

kunnen leerlingen de stelling van Pythagoras leren

inoefenen aan de hand van wiskundige vraagstukken,

maar ook in realistische 3D-contexten via simulaties

of VR. De digitale technologie creëert een uitdaging

voor sterkere leerlingen en bevordert transfer van

kennis naar nieuwe of complexere situaties. 30

y Probleemoplossende vaardigheden.

Programmeertools, educatieve games of robotica-­

activiteiten kunnen leerlingen uitdagen om pro­

blemen te analyseren, strategieën te bedenken en

oplossingen bij te sturen. Ze stimuleren planmatig

denken, het nemen van beslissingen en het omgaan

met fouten, vaardigheden die ook buiten de school

relevant zijn. 31

21

Aanbeveling 1: Versterk cognitieve leeruitkomsten

Studies tonen aan dat er bij jongere leerlingen een

verband bestaat tussen het inzetten van digitale tech­

nologie en cognitieve leerwinst. Zo blijkt dat het gebruik

van educatieve robots bij lagereschoolkinderen leidt

tot verbeteringen in programmeren, logisch redeneren

en probleemoplossend denken. 32 De digitale technolo­

gie (zoals Bee-Bot, LEGO Mindstorms, Thymio, Dash &

Dot, mBot of Ozobot) daagt leerlingen immers uit om

problemen actief op te lossen, logisch na te denken en

samen te werken. Tegelijk blijft directe instructie voor

deze leeftijdsgroep belangrijk voor het goed overbren­

gen van basiskennis of het structureren van complexe

leerstof. Zeker bij beginnende of kwetsbare leerlingen is

begeleid ontdekkend leren effectiever dan zuiver ont­

dekkend leren. 33 Voor sterkere leerlingen kan digitale

technologie dan weer extra mogelijkheden bieden om

verder te verkennen, complexere taken uit te voeren of

zelfstandig op onderzoek te gaan.

In welke mate cognitieve leerprocessen effectief wor­

den ondersteund door digitale technologie wordt ook

bepaald door het type technologie dat men kiest. 34

Digitale toepassingen die leerlingen actief laten rede­

neren, experimenteren en reflecteren hebben meer

impact dan toepassingen die veeleer passieve oefening

stimuleren. Interactieve, adaptieve toepassingen zoals

simulaties, virtuele labs en intelligente oefenprogramma’s

versterken gemakkelijker begripsvorming omdat ze

complexe concepten visueel kunnen maken, directe

feedback kunnen geven of zich kunnen aanpassen aan

het niveau van de leerling.

Denk bijvoorbeeld aan software die laat zien wat er

verandert als men een variabele of parameter wijzigt

of die stapsgewijze hulp biedt bij het oplossen van

een probleem. Passieve tools daarentegen, zoals een­

voudige oefenprogramma’s die enkel aangeven of een

antwoord goed of fout is, bieden minder ondersteu­

ning voor denken en begrip. Zeker wanneer ze niet of

onvoldoende aansluiten bij de lescontext of wanneer er

weinig ondersteuning is door de leerkracht, kunnen ze

zelfs een negatief effect hebben. 35

Digitale technologie versterkt cognitieve leeruitkomsten wanneer ze actief

denken uitlokt. Toepassingen die leerlingen laten redeneren, experimenteren

en reflecteren, ondersteunen begripsvorming en probleemoplossend

leren. Het effect hangt niet af van de tool zelf, maar van de mate waarin ze

cognitieve activatie en gerichte feedback mogelijk maakt.