Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren



Leidraad

Metacognitie en

zelfregulerend leren

Bevorderen en uitvoeren van effectieve strategieën

in het basis- en secundair onderwijs

Leidraad

Metacognitie en

zelfregulerend leren

Bevorderen en uitvoeren van effectieve strategieën

in het basis- en secundair onderwijs

Lucija Andre, Patrick Sins, Jeltsen Peeters,

Hilde Van Keer, Koen Lombaerts

In opdracht van

W EG WIJS

Kaderstukken

In de gekleurde tekstkaders vind je extra informatie.

De  blauwe kaders  vertellen je meer over wetenschappelijke

achtergronden, de informatie in de  paarse kaders  is

meer praktisch van aard.



IN H O U D

Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 06

Aanbevelingen samengevat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 08

1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

2. Zelfregulerend leren en metacognitie:

wat is het eigenlijk en wat is het niet? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15

2.1. ZRL-strategieën

2.2. Metacognitieve strategieën en metacognitieve kennis: Hoe zit dat nu precies?

2.3. Waarom je denken, voelen en handelen reguleren?

2.4. Hoe ‘zelf’ is ZRL?

2.5. Fasen van effectief ZRL

2.6. Hoe zit het dan met executieve functies?

2.7. De ontwikkeling van ZRL tijdens de adolescentie

3. De relatie tussen ZRL en leerprestaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

4. ZRL bevorder je doelgericht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27

4.1. Het bevorderen van ZRL: op zoek naar de juiste balans

4.2. Help leerlingen geleerde strategieën in te zetten over contexten heen

5. Aanbevelingen

1. Reflecteer gezamenlijk op overtuigingen en kennis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32

2. Leer strategieën voor ZRL expliciet aan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39

3. Modelleren: ondertitel hoe leren werkt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43

4. Bied voldoende maar haalbare uitdaging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47

5. Stimuleer metacognitieve gesprekken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52

6. Moedig flexibel ZRL-strategiegebruik aan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59

6. ZRL succesvol ondersteunen:

eindreflecties en aandachtspunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67

7. Meer lezen over ZRL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68

Referenties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71

06

Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren

Beste lezer

Welkom bij onze leidraad ‘Metacognitie en

zelfregulerend leren’. Met deze leidraad willen

we leerkrachten, schoolleiders, pedagogisch

begeleiders, lerarenopleiders en andere onder­

wijsprofessionals ondersteunen om leerlingen de

vaardigheden aan te leren die ze nodig hebben

om meer en beter te leren.

Waarom een leidraad?

Als kenniscentrum wil Leerpunt de onderwijspraktijk

versterken met inzichten uit wetenschappelijk onder­

zoek. Een van de manieren waarop we dit doen, is via

‘leidraden’. Dit zijn praktische gidsen die gefundeerde

aanbevelingen en bruikbare tips bieden voor de klas- en

schoolpraktijk. Ze richten zich op leraren, schoolleiders,

zorgcoördinatoren, pedagogisch begeleiders, leraren­

opleiders en andere onderwijsprofessionals uit het

basis- en secundair onderwijs.

Een leidraad is géén handboek dat stap voor stap

voorschrijft wat je moet doen. In het onderwijs bestaat

immers zelden één aanpak die in elke klas en voor elke

leraar werkt. Verschillende situaties vragen nu een­

maal om verschillende werkwijzen. Het is de bedoeling

dat een leidraad inspireert, uitdaagt en uitnodigt tot

reflectie en professionele dialoog binnen schoolteams.

Op die manier ondersteunt en stimuleert de leidraad

scholen om weloverwogen keuzes te maken bij het

vormgeven van hun onderwijspraktijk.

Daarnaast ziet Leerpunt een leidraad als een krachtig

hulpmiddel om samenwerking tussen onderwijs­

professionals te stimuleren. Door verschillende expertises

samen te brengen, streven we ernaar de onderwijs­

kwaliteit duurzaam te vergroten.

Waarom deze leidraad over metacognitie

en zelfregulerend leren?

De thema’s van onze leidraden spelen rechtstreeks in

op de kernprioriteiten van het Vlaamse onderwijsveld.

Leerkrachten en schoolleiders geven aan dat ze meer

houvast zoeken bij thema’s die cruciaal zijn voor kwa­

liteitsvol onderwijs. Deze noden zijn gebundeld in de

kennisagenda van Leerpunt.

Metacognitie en zelfregulerend leren kwamen daaruit

naar voren als thema’s waarvoor een grote behoefte

aan wetenschappelijk geïnformeerde kennis én prak­

tische vertaling bestaat. De leidraad ‘Metacognitie en

zelfregulerend leren’ bundelt de meest recente en

relevante nationale en internationale onderzoeks­

bevindingen rond dit onderwerp en beantwoordt de

centrale vraag: Hoe kunnen onderwijsprofessionals, op

basis van wetenschappelijk onderbouwde inzichten en

evidence-based tools, metacognitie en zelfregulerend

leren bij leerlingen in het basis- en secundair onderwijs

stimuleren – en dit in uiteenlopende contexten? Wij

reiken aanbevelingen aan die helpen om deze inzichten

concreet toe te passen in de klaspraktijk.

LEESTIP

De leidraden van Leerpunt

De leidraden hebben als doel om te inspireren en uit te nodigen tot reflectie

en professionele dialoog binnen schoolteams. Op die manier ondersteunt en

stimuleert de leidraad scholen om weloverwogen keuzes te maken bij het

vormgeven van hun onderwijspraktijk.

Sinds het voorjaar van 2025 worden de leidraden stelselmatig gepubliceerd

op de website van Leerpunt. Ook de leidraad die je nu in handen hebt.

Leidraden Leerpunt

leerpunt.be

VO O R W O O R D

07



Hoe komt een leidraad tot stand?

Een leidraad ontwikkelen is een zorgvuldig proces in

meerdere fasen, waarbij zowel onderzoekers als onaf­

hankelijke beoordelaars betrokken zijn. Het traject start

met een overheidsopdracht die Leerpunt uitschrijft.

Onafhankelijke organisaties kunnen vervolgens voor­

stellen indienen; Leerpunt ontwikkelt de leidraden dus

niet zelf.

Een onafhankelijke beoordelingscommissie evalueert

de voorstellen. De organisatie die het beste voorstel

indient en voldoet aan de kwaliteitscriteria, krijgt de

opdracht toegewezen. Voor deze leidraad over meta­

cognitie en zelfregulerend leren werd samengewerkt

met onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel,

Universiteit Gent, Hogeschool Rotterdam en Thomas

More Hogeschool - Nederland.

Het ontwikkelproces voor deze leidraad kende meerdere

stappen. Eerst werd een systematische review uitge­

voerd van bestaand onderzoek naar effectieve inter­

venties voor zelfregulerend leren. Daarbij bouwden we

voort op inzichten van de Britse Education Endowment

Foundation (EEF), die onderwijsprofessionals via prak­

tische toolkits toegang biedt tot onderwijsonderzoek.

Daarnaast hebben we recente Nederlandstalige

reviews en studies meegenomen. Vervolgens

vonden vijf focusgroepen plaats met Vlaamse

onderwijsprofessionals om hun kennisnoden en prak­

tijkervaringen rond zelfregulerend leren te verzamelen.

Tot slot bevat de leidraad praktijkvoorbeelden die spe­

cifiek inzetbaar zijn in de Vlaamse context.

De leidraad is geschreven door het team onderzoekers

van de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent,

Hogeschool Rotterdam en Thomas More Hogeschool

Rotterdam en praktijkprofessionals met expertise in

zelfregulerend leren en interventieontwikkeling. Een

panel van nationale en internationale experts eva­

lueerde de leidraad op wetenschappelijke kwaliteit,

praktijkrelevantie en toegankelijkheid voor Vlaamse

onderwijsprofessionals.

Na afronding werd de leidraad voorgelegd aan de

wetenschappelijke en gebruikerscommissie van

Leerpunt, die finaal beslist of deze voldoet aan de

kwaliteitsnormen. Uiteindelijk heeft al dit werk geresul­

teerd in deze leidraad waarin we wetenschappelijke en

praktijkgerichte informatie op een toegankelijke manier

presenteren.

Veel lees- en leerplezier!

Team Leerpunt

Nieuwsbrief

leerpunt.be

LEESTIP

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Via onze nieuwsbrieven blijf je op de

hoogte van de nieuwste publicaties,

oproepen tot nieuwe leidraden, onder­

zoeksprojecten of samenwerkingen.

Inschrijven kan via onze website.

“Leidraden leiden onderwijs­professionals via

onderbouwde aanbevelingen naar praktische tips

en aanpakken voor de klaspraktijk.”

08

Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren

Zelfregulerend leren (ZRL) is een

actief en doorlopend leerproces

waarin leerlingen zelf doelen stellen,

plannen hoe ze die willen bereiken,

passende strategieën inzetten, hun

voortgang volgen en waar nodig hun

aanpak bijsturen 1. Ze denken staps­

gewijs na over wat ze willen leren,

hoe ze dat best kunnen aanpakken,

en wanneer ze hun strategieën

moeten aanpassen. Achteraf reflec­

teren ze op hun aanpak en resultaat

om hun leren verder te verbeteren.

ZRL doet ongetwijfeld denken aan

‘leren leren’. Tot voor kort werd

‘leren leren’ vaak smal opgevat,

met de nadruk op cognitieve stra­

tegieën zoals informatieverwerking

en samenvatten. ZRL omvat echter

meer dan dat: het gaat om een bre­

dere set van strategieën waarmee

leerlingen hun denken, gedrag

en motivatie of emoties gericht

aansturen zodat ze op die manier

beter hun doelen bereiken. Recente

beleidsteksten (bv. over de mini­

mumdoelen in het basisonderwijs)

erkennen deze nood aan een gevari­

eerde set leerstrategieën.

Onderzoek toont herhaaldelijk aan

dat leerlingen die een gevarieerd

repertoire aan zelfregulerende

strategieën inzetten, betere leer­

resultaten behalen en sterker

gericht zijn op levenslang leren 2.

Het gaat daarbij om een combina­

tie van cognitieve (zoals herhalen

of samenvatten), metacognitieve

(zoals plannen en jezelf controle­

ren) en motivationele of affectieve

strategieën (zoals jezelf motiveren

of omgaan met frustratie en andere

emoties). Door deze brede set aan

strategieën leren leerlingen stap

voor stap meer grip te krijgen op

hun eigen denken, doen en voelen.

Op die manier zetten zij de nood­

zakelijke vaardigheden in om hun

(leer)doelen op een gerichte en

­succesvolle manier te bereiken.

Omdat niet elke strategie in elke

situatie even goed werkt, is het

belangrijk dat leerlingen het ver­

mogen hebben na te denken over

hun eigen leerproces. Dit vermogen

wordt metacognitie genoemd en

gaat om het kennen en bewust

A A N B E V ELING EN S A M EN G E VAT

09

Aanbevelingen samengevat

 1

Begin met gezamenlijke reflectie

op overtuigingen en kennis

y De manier waarop jij als leraar denkt over ZRL

en gemotiveerd bent voor en vaardig bent in de

uitvoering ervan, bepaalt in grote mate hoe je

ZRL-strategieën stimuleert en ondersteunt in de

klas. Hoe beter je begrijpt wat ZRL en metacognitie

inhouden, hoe doeltreffender je je leerlingen hierin

kunt begeleiden.

y Wanneer je zelf over sterke zelfregulerende en meta­

cognitieve vaardigheden beschikt, je erin gelooft dat

alle leerlingen dit kunnen aanleren (‘groeimindset’)

en je gemotiveerd bent om hiermee aan de slag te

gaan, ben je beter in staat om deze processen bij je

leerlingen te ondersteunen.

y Neem een actieve rol op in je eigen professionele

ontwikkeling. Volg niet alleen trainingen of doe

niet zomaar een beroep op gebruiksklare tools en

materialen, maar reflecteer kritisch op wat je leert,

experimenteer met nieuwe werkvormen en vertaal

inzichten uit onderwijsonderzoek naar je eigen prak­

tijk. Zo vergroot je je eigen expertise en versterk je de

impact op je leerlingen.

y Werk niet alleen, maar zet in op een gedeelde

schoolvisie. Deel actief ervaringen met collega’s en

bouw samen aan een gedragen, schoolbrede aanpak

waarin ZRL en metacognitie een zichtbare en van­

zelfsprekende plaats krijgen in het onderwijs. Doe dat

bijvoorbeeld door samen schoolbrede doelen voor

ZRL te formuleren, door een gemeenschappelijke

taal rond ZRL en metacognitie te ontwikkelen die

vakoverschrijdend gebruikt wordt en door onderwijs­

onderzoek te benutten om effectieve strategieën te

identificeren en aan te leren.

→Lees hierover meer op pagina 32

kiezen van geschikte strategieën

en het plannen, monitoren en

bijsturen van het leerproces.

Deze leidraad presenteert zes

concrete aanbevelingen die je als

onderwijsprofessional kunt inzet­

ten om ZRL en metacognitie bij je

leerlingen te bevorderen. Ze zijn

gebaseerd op recente inzichten

uit het onderwijsonderzoek. Er is

geen vaste volgorde of hiërarchie:

elke aanbeveling staat op zichzelf

en kan een waardevolle bijdrage

leveren aan het leerproces van je

leerlingen. Je kunt ze dus flexibel

afstemmen op jouw klaspraktijk.

Sommige aanbevelingen richten

zich naast de klaspraktijk ook op

de bredere schoolcontext en het

beleidsniveau (zie bv. aanbeveling 1 en

6). Toch delen alle aanbevelingen

één belangrijk uitgangspunt: ZRL

bevorderen lukt het best wanneer

onderwijsprofessionals samenwer­

ken. Structurele ondersteuning en

gedeelde inspanningen binnen het

schoolteam zijn daarbij essentieel.

Zonder deze gezamenlijke basis is

het risico groot dat de impact van

deze richtlijnen beperkt blijft.

De aanbevelingen in deze leidraad

zijn stapsgewijs opgebouwd: ze

starten bij de onderliggende over­

tuigingen over ZRL en het inspireren

en uitbouwen van een brede, gedra­

gen aanpak, gaan vervolgens in op

het aanleren van ZRL-strategieën

en eindigen met het vaststellen en

duurzaam verankeren van ZRL in

de praktijk. Sommige strategieën

binnen de aanbevelingen overlappen

elkaar of grijpen op elkaar in, en

dat is niet toevallig. ZRL is immers

een complex en dynamisch proces

waarin verschillende strategieën

elkaar wederzijds aanvullen en ver­

sterken. Het gaat dan ook niet om

het aanleren van geïsoleerde tech­

nieken, maar om het opbouwen van

een rijk, samenhangend repertoire

aan strategieën 3. Voorbeeld: hoe­

wel het belangrijk is stil te staan bij

overtuigingen die het team mogelijk

hinderen doelmatig aandacht te

schenken aan ZRL, zullen deze

overtuigingen soms pas veranderen

wanneer er dingen in de praktijk

worden uitgeprobeerd. Hoe meer

aanbevelingen je volgt, hoe meer ze

elkaar kunnen versterken.

Lerenden (leraren en leerlingen)

moeten in staat zijn om – afhanke­

lijk van de taak, context en eigen

behoeften – strategieën gepast

te selecteren, te combineren en

in te zetten. Juist daarom is een

gezamen­lijke, doelgerichte aan­

pak binnen het schoolteam zo

belangrijk.

Hieronder geven we een samen­

vatting van de zes aanbevelingen.

10

Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren

 2

Leer strategieën voor ZRL expliciet

aan, zodat leerlingen uiteindelijk

hun eigen leerproces kunnen

organiseren en beheren

y Begin met expliciete instructie: leg ZRL-strategieën

helder uit, doe ze voor en oefen samen met de leer­

lingen. Dit vormt een essentiële eerste stap in het

aanleren van ZRL-strategieën.

y Integreer de expliciete instructie binnen elk vak en

bij uiteenlopende leertaken, zodat ZRL een herken­

baar en terugkerend onderdeel van het leerproces

wordt.

y Metacognitieve kennis – zoals kennis over leerstra­

tegieën, over jezelf als lerende en over de aard van

een taak – gaat hand in hand met ZRL. Het is daarom

belangrijk dat je deze kennis expliciet integreert in je

lespraktijk en je leerlingen actief ondersteunt bij het

ontwikkelen ervan.

y Bouw de ondersteuning geleidelijk af, zodat leerlin­

gen steeds zelfstandiger hun ZRL kunnen uitvoeren.

Je kunt dit doen door begeleid oefenen in de lessen

te stimuleren waarbij je tijdig gerichte en bruikbare

feedback geeft op ZRL en de metacognitieve aanpak

van leerlingen.

→Lees hierover meer op pagina 39

 3

Modelleren: ondertitel

hoe leren werkt

y Modelleren door de leraar helpt leerlingen ZRL

en metacognitieve vaardigheden te ontwikkelen.

Modelleren doe je door ZRL-strategieën zichtbaar te

maken voor leerlingen of door de toepassing daarvan

te ondertitelen – wat helpt bij het ontwikkelen van

ZRL van leerlingen.

y Doe metacognitief denken hardop voor, zodat leer­

lingen kunnen zien hoe jij dit doet en zo hun eigen

metacognitieve, cognitieve en motivationele of

affectieve strategieën kunnen ontwikkelen (bv. “Wat

ik al weet over dit soort problemen is bijvoorbeeld…”

of “Plannen is een strategie die ik al eerder heb

gebruikt”).

→Lees hierover meer op pagina 43

 4

Bied voldoende maar haalbare

uitdaging om ZRL te stimuleren

y Voorzie uitdagende maar haalbare taken, zodat

leerlingen geprikkeld worden, gemotiveerd blijven en

zich kunnen blijven ontwikkelen. Dit kan bijvoorbeeld

door hen moeilijke opdrachten te laten maken,

nieuwe leerstrategieën uit te proberen of leerdoelen

te stellen. Zulke uitdagingen helpen leerlingen om

kennis, strategieën en inzicht in hun eigen leer­

proces te ontwikkelen.

y Bied taken die leerlingen uitdagen om nieuwe

vaardigheden te ontdekken, te experimenteren en

hun creativiteit te uiten – focus op de persoonlijke

groei en de waardevolle inzichten die ze verwerven.

Stimuleer een groeigerichte mindset: moedig leer­

lingen aan om inspanningen te leveren en iets nieuws

of uitdagends te proberen.

→Lees hierover meer op pagina 47

11

 Aanbevelingen samengevat

 6

Speel in op de context: moedig

flexibel ZRL-strategieëngebruik aan

y Creëer in je klas een leeromgeving waarin het gebruik

en bijstellen van strategieën iets vanzelfsprekend en

wenselijk is. Laat zien en expliciteer dat het normaal

is om je aanpak te wijzigen als een strategie niet

werkt. Bespreek openlijk dat leren vaak een proces is

van bijsturen, opnieuw proberen, en zoeken naar wat

werkt. ZRL is immers flexibel, dynamisch en adap­

tief. Het vraagt van leerlingen dat ze hun leerproces

voortdurend afstemmen op wat de taak vraagt, welke

hulpbronnen er zijn en hoe het zit met hun eigen

voortgang. Door dat expliciet te maken, help je hen

om te gaan met verschillende en onvoorspelbare

leeruitdagingen, ook als het moeilijk gaat of wordt.

y Pas ook zelf je aanpak aan, afhankelijk van de context

en de behoeften van de leerlingen, en bied keuze­

mogelijkheden aan. Laat leerlingen bijvoorbeeld kie­

zen tussen verschillende strategieën om zich voor te

bereiden op een toets of om leerstof te verwerken en

bespreek waarom deze strategie gezien deze context

wellicht het meest effectief is. Zo ervaren ze welke

aanpak voor hen het best werkt bij een specifieke

taak. Die ervaringskennis helpt hen om bewuster en

zelfstandiger te leren in uiteenlopende situaties.

y Om leerlingen effectief te ondersteunen, is het

essentieel om hun ZRL eerst goed in kaart te

brengen. Dit geeft inzicht in hun beginniveau, zodat

je gerichte begeleiding kunt bieden die hun ZRL en

metacognitieve ontwikkeling bevordert. Dit kan via

observaties, korte vragenlijsten, reflectiegesprekken

of logboeken. Zo maak je niet alleen het leerresultaat,

maar ook de leerweg zichtbaar en geef je leerlingen

de taal en handvatten om zelf de regie over hun leer­

proces te nemen. Gebruik deze ‘diagnose’ daarom

niet alleen als evaluatiemoment, maar vooral ook als

krachtig hulpmiddel en leermoment.

→Lees hierover meer op pagina 59

 5

Stimuleer metacognitieve

gesprekken binnen een motiverend

leerklimaat

y Stimuleer gesprekken over leren: laat leerlingen

samen verkennen hoe ze leren, waarom iets moeilijk

is en welke strategieën kunnen helpen. Dit kun

je doen via metacognitieve gesprekken, zoals

onderzoekende gesprekken (‘exploratory talks’),

samenwerken met klasgenoten (peer tutoring) of

klasdiscussies.

y Zet in op dialoog over metacognitie en ZRL, zowel

tussen leerlingen onderling als tussen leerling en

leraar. Zulke metacognitieve gesprekken kunnen

helpen om kennis en begrip van ZRL-strategieën

en metacognitie op te bouwen, omdat leerlingen

actief worden aangezet om na te denken, samen te

reflecteren op hun leerproces én passende feedback

te ontvangen over hun keuzes en strategieën.

y Creëer een veilig, positief en motiverend leerklimaat:

bouw een vertrouwensband op met je leerlingen, bied

duidelijke structuur en gerichte autonomie. Zo ver­

sterk je zowel hun motivatie als het vermogen tot ZRL.

→Lees hierover meer op pagina 52

12

Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren

13

Inleiding

Denk eens terug aan een moment waarop je écht iets

nieuws moest leren. Wat deed je toen? Hoe voelde je je

daarbij? Hoe ging je om met twijfels, fouten of momen­

ten van frustratie? En wat motiveerde je om toch door

te zetten? Wie of wat hielp jou vooruit?

Als onderwijsprofessional heb je doorheen je eigen leer­

traject allerlei strategieën ontwikkeld. Die ervaring is

waardevol. Want het ondersteunen van ZRL begint vaak

bij jezelf: bij je eigen aanpak, overtuigingen en de keu­

zes die je maakt als lerende én begeleider. Door je eigen

leerproces te (her)kennen en er taal aan te geven, kun

je het explicieter maken voor je leerlingen en hen beter

ondersteunen in het ontwikkelen van hun eigen ZRL.

ZRL en metacognitie verwijzen naar het vermogen van

leerlingen om zelf initiatief te nemen, vol te houden

en hun leerproces flexibel bij te sturen 4. Onderzoek

toont dat leerlingen die deze vaardigheden beheersen

gemotiveerder en zelfstandiger leren. Ze zijn ook beter

voorbereid op een leven lang leren 5.

ZRL gebeurt nooit in een vacuüm. Het is altijd ingebed

in een specifieke context. Factoren zoals de thuissitu­

atie, de klasomgeving, de schoolcultuur en leeftijds­

genoten spelen mee. Maar ook meer directe elementen,

zoals jouw instructie of het materiaal dat leerlingen

mogen gebruiken, beïnvloeden hoe leerlingen leren en

welke strategieën ze inzetten 6.

Als onderwijsprofessional maak jij hierin dan ook écht

het verschil. Hoe je denkt over ZRL, welke ervaringen

je zelf hebt, hoe je een opdracht vormgeeft en hoe je

leerlingen ondersteunt: het heeft allemaal impact en

draagt bij aan de mate waarin leerlingen hun leerpro­

ces zelf in handen leren nemen. Je kunt het ZRL van je

leerlingen versterken of net onbedoeld belemmeren.

Daarom begint krachtige ZRL-begeleiding bij jouw pro­

fessionele reflectie, met als doel de leeromgeving en

ondersteuning zo in te richten dat leerlingen hun ZRL-

vaardigheden optimaal kunnen ontwikkelen.

1. Inleiding

Om ZRL en metacognitie bij leerlingen effectief te

ondersteunen, is het cruciaal dat onderwijs­professio­

nals inzicht hebben in de strategieën die dit proces ver­

sterken. Deze leidraad biedt duidelijke praktijk­gerichte

aanbevelingen, gebaseerd op nationaal en internati­

onaal wetenschappelijk onderzoek. Ze zijn bruikbaar

voor álle leerlingen in het basisonderwijs en secundair

onderwijs – ongeacht leeftijd, achtergrond of niveau –

en richten zich op onderwijsprofessionals, zowel binnen

als buiten de school. Ze kunnen ook dienen als inspira­

tie voor ouders en andere begeleiders van leerlingen.

In een klaslokaal waarin leerbehoeften en achtergron­

den van leerlingen in toenemende mate uiteenlopen

is het niet meer voldoende om alleen te focussen op

wat leerlingen leren: we moeten er ook oog voor heb­

ben hóe ze leren. Als leraar wil je elke leerling zo goed

mogelijk ondersteunen, en daarbij is het aanleren van

zelfregulerende vaardigheden een van de krachtigste

hulpmiddelen die je kunt inzetten 7. Het stelt leerlingen

niet alleen in staat om effectiever te leren, maar ook om

zelfstandig met leeruitdagingen om te gaan, vandaag

én in de toekomst.

Leerlingen hebben vandaag meer dan ooit nood aan

handvatten om zelf de regie te nemen over hun leer­

proces, om flexibel met uitdagingen om te gaan en

gemotiveerd te blijven. Dat is precies waar ZRL en

metacognitie om draaien: leerlingen leren hun leer­

activiteiten doelgericht plannen, opvolgen en bijsturen.

Deze vaardigheden vormen de basis voor diepgaand

begrip, meer zelfstandigheid en duurzaam leersucces.

Ze worden dan ook erkend als cruciale competenties in

een wereld die voortdurend verandert 8.

Onderzoek bevestigt dat leerlingen die ZRL-strategieën

ontwikkelen beter toegerust zijn om met leeruitdagingen

om te gaan, zowel op korte als lange termijn. Ze zijn

doorgaans gemotiveerder, tonen meer inzet, sturen

hun leerproces effectiever aan en behalen betere leer­

resultaten 9. Bovendien ervaren ze ook meer algemeen

welzijn op school 10.

“ZRL gaat over nieuwsgierig zijn naar hoe je leert, je eigen proces

observeren en ermee experimenteren door dingen uit te proberen.”

Inge Molenaar, 2025

14

Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren

ZRL en metacognitie zijn dan ook opgenomen in de

recent herziene kennisrijke minimumdoelen voor het

Vlaamse basisonderwijs 11 en behoren tot de eindtermen

van het secundair onderwijs 12. Ze maken deel uit van

de sleutelcompetentie ‘Leercompetenties’ en worden

gezien als essentiële bouwstenen voor krachtig, toe­

komstgericht onderwijs.

Maar hoe zorg je er als leraar, schoolleider of bege­

leider voor dat leerlingen deze strategieën effectief

verwerven?

Hoewel het belang van ZRL al decennialang wordt bena­

drukt in de wetenschappelijke literatuur, blijkt het in de

praktijk vaak moeilijk om deze inzichten om te zetten in

concrete en haalbare werkvormen 13. Veel leraren voelen

zich onzeker over hoe ze ZRL effectief kunnen stimule­

ren in de klas 14 en geven aan dat ze hierin onvoldoende

ondersteuning krijgen 15.Bovendien is ZRL nog lang niet

in elke school ingebed in de dagelijkse praktijk. Scholen

worstelen vaak met het ontwikkelen van een gedeelde

visie of hoe ze het bevorderen van ZRL bij leerlingen in

de praktijk moeten brengen 16.

Om de kloof tussen theorie en praktijk te overbruggen,

biedt deze leidraad evidence-informed inzichten en

tools die onderwijsprofessionals helpen om ZRL en

metacognitie gericht te versterken. De aanbevelingen

zijn afgestemd op de noden van Vlaamse scholen en

hebben als doel leraren, schoolleiders, pedagogisch

begeleiders en andere professionals te inspireren en

te ondersteunen bij het ontwikkelen van zelfstandige,

reflectieve en gemotiveerde leerlingen.

De leidraad is tot stand gekomen in nauwe samenwer­

king met experts van de Vrije Universiteit Brussel,

Universiteit Gent, Hogeschool Rotterdam en Thomas

More Hogeschool Rotterdam. Hun werk is verrijkt met

de praktijkervaring van Vlaamse en Nederlandse onder­

wijsprofessionals. De inhoud is gebaseerd op een sys­

tematische review van effectieve ZRL-interventies, met

onder andere inzichten van de Education Endowment

Foundation (EEF), recent nationaal onderzoek en

praktijkvoorbeelden. Aansluitend zijn ook inzichten en

ervaringen van Vlaamse onderwijsexperts uit basis- en

secundair onderwijs, lerarenopleidingen, pedago­

gische begeleidingsdiensten en onderwijsinspectie

meegenomen.

De leidraad is ook van feedback voorzien door een panel

van nationale en internationale onderzoekers en prak­

tijkdeskundigen. Zo is niet alleen de wetenschappelijke

onderbouwing maar ook de praktische toepasbaarheid

gegarandeerd.

We starten met een heldere definitie van ZRL en

metacognitie en verduidelijken het verschil met ver­

wante begrippen. Daarna stellen we het onderliggende

referentiekader voor. Op basis van recent onderzoek

bespreken we vervolgens zes praktische aanbevelin­

gen. Elke aanbeveling bevat praktijkgerichte tips en

tools van collega-professionals, zorgvuldig afgestemd

op de realiteit van het Vlaamse onderwijs.

“Een leerling die zijn leren zelf kan reguleren, is zelfstandig,

stelt doelen, monitort zijn voortgang en past strategieën aan wanneer

dat nodig is. Dit alles met aandacht voor motivatie en gevoelens.”

Leerkracht in het derde leerjaar van Basisschool De Brug in Sint-Job-in’t-Goor

15

Zelfregulerend leren en metacognitie: wat is het eigenlijk en wat is het niet?

2.1. ZRL-strategieën

In de praktijk horen we vaak dat ZRL en metacognitie

moeilijk te vatten zijn. Ze worden geregeld met elkaar

verward of gelijkgesteld aan verwante begrippen, zoals

executieve functies. Dat is niet verwonderlijk: het gaat

immers om begrippen die elkaar deels overlappen en

sterk verbonden zijn met andere thema’s uit de onder­

wijskunde en leerpsychologie. Toch gaat het hier niet

over hetzelfde. Elk begrip speelt een eigen en unieke

rol in het leerproces en het is belangrijk om ze goed te

onderscheiden.

ZRL verwijst naar de manier waarop leerlingen actief

de regie nemen over hun leerproces. ZRL is een (pro)

actief en stapsgewijs proces waarbij een lerende bin­

nen een bepaalde context zelf richting geeft aan zijn

gedrag, gedachten én motivatie met het oog op het

bereiken van leerdoelen 17. ZRL bestaat uit de combina­

tie van cognitieve, metacognitieve en motivationele of

affectieve strategieën die leerlingen inzetten om hun

leerdoelen te bereiken 18. (Figuur 1)

2. Zelfregulerend leren en metacognitie:

wat is het eigenlijk en wat is het niet?

Cognitieve

strategieën

Metacognitieve

strategieën

Motivationele

of affectieve

strategieën

LEERDOELEN

BEREIKEN

ZRL

Cognitieve strategieën

Cognitie draait om de vraag hoe leerlingen informatie

verwerken en betekenis geven aan nieuwe leerinhouden.

Denk aan het activeren van voorkennis, het leggen

van verbanden of het gebruiken van voorbeelden

bij abstracte begrippen. Ook leerstrategieën zoals

gespreid oefenen en het actief ophalen van informatie

uit het geheugen (retrieval practice) zijn krachtige

cognitieve tools die leerlingen kunnen inzetten om

meer en beter te leren.

Metacognitieve strategieën

Metacognitie vormt de kern van ZRL: het draait om

nadenken over het eigen leren. Metacognitieve kennis

betekent dat leerlingen zich bewust zijn van hun eigen

denk- en leerprocessen, weten wat ze wel en nog

niet begrijpen, welke strategieën ze kunnen gebrui­

ken en wanneer ze die het beste kunnen toepassen.

Metacognitieve strategieën zijn de concrete handelin­

gen waarmee leerlingen deze kennis inzetten en toe­

passen in het leerproces 19.

Het gaat doorgaans om drie strategieën:

1

Plannen: doelen stellen en een aanpak bepalen

voor een opdracht;

2

Monitoren: tijdens het leren nagaan in hoeverre

de leerstof wordt begrepen en of de gekozen

strategie werkt;

3

Evalueren: achteraf reflecteren op wat goed ging,

wat beter kon en hoe het de volgende keer moge­

lijk anders kan worden aangepakt.

Figuur 1. ZRL-strategieën

“We moeten samen een

gemeenschappelijke taal creëren

rond zelfregulerend leren.”

Coördinerend directeur secundair onderwijs bij

Scholengroep SCOOP

16

Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren

Bijvoorbeeld: een leerling die bij het starten van een

taak eerst bedenkt wat het doel is, tijdens het werken

geregeld controleert of hij de opdracht begrijpt, waar

nodig zijn aanpak aanpast en na afloop terugblikt op

zowel de werkwijze als het resultaat, toont duidelijk

metacognitief denken en handelen.

Motivationele of affectieve strategieën

Motivatie en affect verwijzen naar wat leerlingen over

zichzelf en de taak denken en voelen. Ze omvatten

overtuigingen over het eigen kunnen (bijvoorbeeld

zelfeffectiviteit), interesse in de taak en emotionele

reacties zoals plezier, frustratie of angst 20. Deze fac­

toren bepalen in grote mate hoe leerlingen een taak

aanpakken en of ze volhouden. Motivationele strategieën

helpen leerlingen hun houding ten opzichte van zichzelf

en de leertaak positief te beïnvloeden 21. Voorbeelden

zijn het koppelen van schooltaken aan persoonlijke

doelen, het waarderen van de eigen inspanningen

tijdens het leerproces en het inzetten van concrete

strategieën om met uitdagingen om te gaan.

VIDEO TIP

Wat is zelfregulerend leren eigenlijk?

In video ‘Wat is zelfregulerend leren eigenlijk?’ legt Hilde Van Keer uit wat

ZRL precies inhoudt. Ze toont hoe leerlingen dit kunnen leren én hoe jij als

leraar hen daarbij actief kunt ondersteunen. Ideaal om te bekijken en te

bespreken tijdens een teamvergadering, studiedag of lerend netwerk. Een

praktische instap voor wie met ZRL aan de slag wil in de klas of op school­

niveau.

PODCASTTIP

Trialled and tested

De aflevering ‘Metacognition and self-regulated learning’ van de podcast­

reeks Trialled and Tested van de Education Endowment Foundation gaat

over hoe wetenschappelijk onderzoek vertaald kan worden naar praktische

strategieën in de klas. In deze aflevering wordt onder meer helder uitgelegd

wat metacognitieve kennis is: kennis van strategieën, over jezelf en over de

taak.

Wat is zelfregulerend leren

eigenlijk?

Hilde Van Keer

Metacognition and

self-regulated learning

EEF

2.2. Metacognitieve strategieën en

metacognitieve kennis: Hoe zit dat

nu precies?

“ We willen dat al onze leerlingen over de

strategieën beschikken én ze inzetten om

met succes te leren. Maar we willen méér:

we willen dat ze ons ook kunnen vertellen

waarom ze welke strategieën nu precies

gebruikt hebben in die context.”

Directeur-coördinator basisonderwijs bij scholengroep Invento

Deze uitspraak benadrukt het cruciale verschil tussen

metacognitieve kennis en metacognitieve strategieën.

Het is niet genoeg dat leerlingen strategieën als plan­

nen, monitoren en evalueren gebruiken; ze moeten ook

begrijpen waarom die strategieën werken, wanneer ze

het best kunnen inzetten en hoe ze aansluiten bij de

taak en hun eigen manier van leren. Juist dat inzicht

maakt het verschil tussen oppervlakkige toepassing en

echt doelgericht, zelfstandig leren.

Wat werkt

voor mij als

lerende?

Wat werkt

voor deze

opdracht?

Welke

strategieën

werkten?

Wat?

Hoe?

Waarom en

wanneer?

17

Zelfregulerend leren en metacognitie: wat is het eigenlijk en wat is het niet?

Wat is metacognitieve kennis?

Metacognitieve kennis is de kennis die leerlingen

hebben over hoe ze leren. Die kennis bestaat uit drie

onderdelen 22: (Figuur 2)

1

Kennis over leren: weten wat werkt om te leren

zodat je weet welke verschillende strategieën er

bestaan die je helpen bij het leren, zoals het gebruik

van schema’s of het opdelen van de leerstof.

2

Kennis over jezelf als lerende: inzicht in eigen

sterktes en uitdagingen. Wat werkt goed voor mij?

Wat helpt mij het meest als ik vastloop?

3

Kennis over de taak: begrijpen wat een taak pre­

cies vereist en welke aanpak het meest geschikt is

om de taak tot een goed einde te brengen.

Leerlingen die deze kennis bewust inzetten, kunnen

beter inschatten welke strategie het meest geschikt is

in een bepaalde situatie. Ze leren daardoor doelgerich­

ter en zelfstandiger.

In die zin kan je de metacognitieve kennis zien als iets

wat leerlingen steeds op zak hebben 23. Staan ze voor

een uitdaging of gaan ze iets leren? Dan kunnen ze op

basis van bovenstaande kennis een passende strategie

kiezen en die gebruiken. Het kiezen doen ze op basis

van hun metacognitieve kennis. Het uitvoeren van de

gekozen strategie verwijst naar ZRL. En die metacog­

nitieve kennis? Die bouwen ze natuurlijk ook verder op

naarmate ze vaker strategieën gebruiken en het effect

ervan beoordelen.

En metacognitieve strategieën dan?

Voor effectieve zelfregulatie moeten metacognitieve

kennis en de toepassing daarvan hand in hand gaan 24.

Leerlingen moeten niet alleen begrijpen welke strate­

gieën er zijn, wanneer ze die kunnen gebruiken en

waarom ze effectief zijn (toepassen van metacognitieve

kennis). Het gaat er ook om dat ze deze kennis actief

kunnen toepassen door het leren te plannen, bij te

sturen en te evalueren (toepassen van metacognitieve

strategieën). Deze combinatie is nodig om leerlingen

doelgericht en met meer begrip te laten leren.

2.3. Waarom je denken, voelen en

handelen reguleren?

Traditioneel werd leren leren vaak gezien als een cog­

nitief proces, waarbij de focus lag op de manier waarop

leerlingen informatie verwerken en leerstrategieën

kunnen toepassen om te studeren. Deze cognitieve

benadering benadrukt vaardigheden zoals informatie

opzoeken en organiseren, plannen, monitoren en eva­

lueren van het leren. Deze zijn uiteraard cruciaal maar

vormen slechts een deel van wat leerlingen nodig heb­

ben. Om effectief te leren hebben leerlingen nood aan

een grotere variëteit aan strategieën. Je leert leerlingen

het best om ook hun gedrag, gedachten, emoties als

motivatie te reguleren 25. Focus je op slechts één van

die componenten, dan kan het nog steeds zijn dat een

leerling moeilijkheden ondervindt. Stel dat een leerling

precies weet hoe hij of zij moet leren, maar toch moeite

heeft door bijvoorbeeld angst, afleiding of een gebrek

aan doorzettingsvermogen. Dan komen specifieke stra­

tegieën om daarmee om te gaan handig van pas.

Effectieve ZRL vraagt dus om het afstemmen van

drie soorten regulatie, namelijk: cognitieve (inclu­

sief gedragsmatige), metacognitieve, en affectieve

(inclusief motivationele) regulatie. Elke vorm speelt

een unieke maar onderling verbonden rol in het leer­

proces 26. Dat betekent dat leerlingen continu moeten

schakelen en balanceren tussen deze vormen van

regulatie om effectief te leren. Hieronder worden ze

kort beschreven:

Figuur 2. Onderdelen van metacognitieve kennis

(Peeters, 2022) 43

18

Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren

Cognitieve regulatie (inclusief gedragsmatige

regulatie) verwijst naar het actief sturen van je denk­

processen tijdens het leren en kan ook aspecten van

gedragsmatige regulatie omvatten. Het gaat over

de manier waarop een leerling informatie verwerkt,

kennis verwerft voor de lange termijn, problemen

oplost en strategieën toepast. Zo gebruiken leerlin­

gen eveneens strategieën om hun gedrag of leerom­

geving zo aan te passen dat het leren ondersteund

wordt. Denk aan het organiseren van je materialen of

het weerstaan van afleidingen 27.

Metacognitieve regulatie. Dit is het vermogen om

het eigen denken en de leerstrategieën te plannen,

te monitoren en te evalueren 28. Bijvoorbeeld: een

leerling kan ervoor kiezen om de structuur van

een tekst vooraf te bekijken voordat hij begint

te lezen, tijdens het lezen controleren of hij het

begrijpt en achteraf reflecteren of deze aanpak hielp.

Metacognitieve regulatie helpt leerlingen om bewus­

ter en efficiënter te leren.

Affectieve regulatie (inclusief motivationele

regulatie). Leren roept vaak emoties op zoals angst,

verveling of enthousiasme, die de motivatie en

PODCASTTIP

Encouraging metacognition in the classroom

In de aflevering ‘Encouraging metacognition in the classroom’ van Teachers

of Europe gaan twee Vlaamse onderwijsprofessionals en wetenschappelijk

onderzoeker Jeltsen Peeters, expert op het gebied van ZRL, in gesprek over

metacognitie in de klas. Wat betekent metacognitie in de praktijk? Hoe help

je leerlingen om hun leerstrategieën te herkennen, aan te passen en te

versterken? De podcast biedt concrete voorbeelden, reflectieve vragen en

praktische tips waarmee je onmiddellijk aan de slag kunt in het basisonder­

wijs of het secundair onderwijs.

Encouraging metacognition

in the classroom

Teachers of Europe

VIDEOTIP

Metacognitie in de klas

In deze video legt Hilde Van Keer uit waarom metacognitie zo belangrijk is

voor het leerproces van je leerlingen. Ze toont hoe metacognitie een essen­

tieel onderdeel vormt van ZRL en hoe het leerlingen helpt om zelfstandiger

en doelgerichter te leren. Je krijgt concrete voorbeelden te zien van manie­

ren waarop je metacognitieve strategieën stap voor stap kunt aanleren en

ondersteunen in je klaspraktijk. Een aanrader voor iedereen die leerlingen

wil helpen om sterker na te denken over hun eigen leren en meer grip te

krijgen op hun leerproces.

ZRL - Metacognitie

Hilde Van Keer

betrokkenheid beïnvloeden 29. Affectieve regulatie

is het vermogen om deze gevoelens en de achter­

liggende motivatie te beheersen zodat leerlingen

gefocust en gemotiveerd blijven 30. Bijvoorbeeld: een

leerling die zich overweldigd voelt door een moeilijke

opdracht kan diep ademhalen, positieve zelfspraak

gebruiken of zichzelf herinneren aan het feit dat

oefening nodig is om te leren (“Ik kan beter worden

als ik blijf oefenen”). Het reguleren van emoties

en motivatie is essentieel om vol te houden bij

uitdagende taken 31. Ook motivatie en inzet voor het

leren kan versterkt worden door diverse strategieën

voor motivatieregulatie, zoals het vergroten van de

persoonlijke betekenis van de leertaken, het stellen

van korte of langetermijn doelen, of het stellen van

tussendoelstellingen om een moeilijke taak haalbaar­

der te maken 32.

Samen vormen deze drie vormen van regulatie een

stevige basis voor effectief ZRL. Zoals moderne ZRL-

modellen benadrukken 33, bepaalt juist de wisselwerking

en de dynamiek tussen deze drie vormen hoe diep­

gaand en succesvol leerlingen met hun leerproces

omgaan.

19

Zelfregulerend leren en metacognitie: wat is het eigenlijk en wat is het niet?

Nood aan meer aandacht voor affectieve regulatie

onderzoek en praktijk

Hoewel affectieve regulatie een cruciale rol speelt in ZRL (bijvoorbeeld wan­

neer leerlingen omgaan met frustratie of motivatieverlies), krijgt dit aspect

in onderzoek en praktijk nog weinig aandacht. Emoties beïnvloeden immers

hoe leerlingen hun leerstrategieën aanpassen aan de taak, de leeromgeving

en sociale situaties 44.

Toch blijft gerichte ondersteuning van affectieve regulatie vaak onderbelicht,

zowel in ZRL-interventies als in lerarenopleidingen 45. Deze blinde vlek is niet

zonder gevolgen. Leerlingen die moeite hebben met het reguleren van hun

emoties dreigen sneller vast te lopen in hun leerproces, ook al beheersen ze

cognitieve of metacognitieve strategieën.

Dit onderstreept dat er dringend nood is aan praktijkgericht onderzoek

en evidence-informed aanpakken die expliciet aandacht besteden aan de

affectieve of motivationele component van ZRL.

2.4. Hoe ‘zelf’ is ZRL? 

Traditioneel werd ZRL vooral gezien als een individuele

vaardigheid: de leerling stuurt zelfstandig zijn leerpro­

ces aan. Maar recente inzichten, zoals die van Hadwin

et al. (2018) 34, breiden dit perspectief uit. Ze benadruk­

ken dat regulatie van leren ook een sociaal proces is,

dat ontstaat in interactie met anderen.

Onderzoekers 35 onderscheiden daarbij drie vormen van

regulatie:

Zelfregulerend leren (ZRL): De leerling reguleert zijn

eigen leren, inclusief motivatie of emoties, cognitie

en metacognitie, zonder hulp van buitenaf.

Co-regulerend leren (Co-RL): Leerlingen (of leraar

en leerlingen) ondersteunen elkaar in het reguleren

van hun leerproces – bijvoorbeeld door feedback te

geven, vragen te stellen of samen te reflecteren.

Sociaal gedeeld reguleren van leren (So-RL): De

groep reguleert gezamenlijk het leerproces richting

gezamenlijke doelen. Leerlingen plannen, monitoren

en evalueren samen hun leeractiviteiten.

Deze drie vormen ontstaan niet spontaan in een klas­

context – het vraagt gerichte en geleidelijke ondersteu­

ning door de leraar.

Onderzoek laat zien dat leraren een belangrijke rol

spelen in het bevorderen van So-RL, vooral door actief

tussen groepen te bewegen, reflectieve vragen stellen

en de voortgang van het groepsproces op te volgen 36.

Dergelijke ondersteuning – ook scaffolding genoemd

– richt zich onder meer op: gezamenlijke plannings­

momenten, gedeelde monitoring tijdens de taak, en

collectieve reflectie en evaluatie achteraf.

De processen komen niet vanzelf tot stand: ze vereisen

expliciete tussenkomst van de leraar, zeker in de

begin­fase. Zo blijkt uit onderzoek dat leraren vooral

een sturende rol hebben tijdens cruciale fasen zoals

de start (planning) en het einde (reflectie) van groeps­

activiteiten, omdat deze regulatievaardigheden nog

onvoldoende spontaan optreden bij leerlingen.

Kortom, je kan dus de inzet van ZRL-strategieën aanleren

én stimuleren wanneer:

leerlingen zelfstandig aan de slag zijn;

leerlingen elkaar helpen leren (bv. tutoring);

leerlingen aan gezamenlijke doelen werken.

Goed nieuws: veel ZRL-strategieën die leerlingen indi­

vidueel kunnen gebruiken, kunnen ze ook in groeps­

verband gebruiken en omgekeerd!

20

Leidraad Metacognitie en zelfregulerend leren

Figuur 3: Zimmermans fasen van ZRL 46

Voorbereidende fase (voor het leren)

In deze fase verkennen leerlingen de leerdoelen, hun motivatie en de

manier waarop ze de taak willen aanpakken. Ze oriënteren zich en maken

een plan door te bepalen welke strategieën, voorkennis en hulpmiddelen

nodig zijn, hoeveel tijd ze inplannen en welke ondersteuning ze eventueel

zullen gebruiken. Typische strategieën in deze fase zijn: doelen stellen (“Ik

wil dit hoofdstuk begrijpen”); een plan of aanpak kiezen (bijvoorbeeld eerst

schema maken, dan lezen); zelfmotivatie en doeloriëntatie.

Uitvoeringsfase (tijdens het leren)

Tijdens deze fase zetten leerlingen strategieën in zoals zelfmonitoring

(“Begrijp ik het nog goed?”), zelfinstructie, tijdsbeheer, het toepassen van

passende leerstrategieën of het zoeken van hulp. Ze passen de gekozen

cognitieve strategieën toe, blijven volharden in het leren en controleren

voortdurend of de leerdoelen worden bereikt.

Reflectiefase (na het leren)

In deze fase kijken leerlingen terug op hun leerproces: ze beoordelen in

hoeverre de leerdoelen volgens planning zijn behaald, of de ingezette stra­

tegieën effectief waren en of hulpmiddelen en ondersteuning hebben bijge­

dragen aan het leerproces. Op basis van deze evaluatie vormen ze zich er

een beeld van hoe ze een vergelijkbare leertaak in de toekomst (nog beter)

kunnen aanpakken. Typische strategieën in deze fase zijn: zelfbeoordeling

(bijvoorbeeld: “Heb ik mijn doel bereikt?”) en zelfreactie (bijvoorbeeld: “Hoe

tevreden ben ik met het leerproces?”).

FASEN

VAN ZRL

VOORBEREIDENDE

FASE

UITVOERINGS-

FASE

REFLECTIE-

FASE

2.5. Fasen van

effectief ZRL

Een van de meest gebruikte

modellen om ZRL in de praktijk

te begrijpen en te ondersteunen,

is het model van Zimmerman

(Figuur 3). Zimmerman 37 verdeelt

ZRL in drie belangrijke fasen:

1

Voorbereidende fase

2

Uitvoeringsfase

3

Reflectiefase

In de praktijk doorlopen leerlingen

de fasen van ZRL niet altijd lineair:

leerlingen wisselen vaak flexibel

tussen strategieën, afhankelijk

van de taak of situatie. Ook indivi­

duele verschillen tussen leerlingen

spelen een rol: sommige leerlingen

schakelen snel tussen plannen en

uitvoeren, terwijl anderen meer tijd

nemen om zich eerst grondig voor

te bereiden.

2.6. Hoe zit het dan met

executieve functies?

Hoewel executieve functies (EF)

en ZRL sterk met elkaar verbon­

den zijn, zijn het verschillende

begrippen. Ze ontstonden uit twee

verschillende onderzoekstradities,

maar onderzochten wel gelijkaar­

dige fenomenen. Zo kan je samen­

vattend stellen dat EF-onderzoek

zich boog over de vraag ”Hoe kan

je goed functioneren en leven?“ en

ZRL-onderzoek over ”Hoe kan je

goed leren?”. Bijgevolg is er overlap,

maar zijn er ook verschillen.

In EF-onderzoek worden drie

kernfuncties omschreven: inhibitie,

werkgeheugen en cognitieve flexi­

biliteit. Dit zijn hersenprocessen

die nodig zijn om doelgericht te

kunnen handelen.

21

Zelfregulerend leren en metacognitie: wat is het eigenlijk en wat is het niet?

EF, metacognitieve kennis en ZRL: verschil en samenhang

Een voorbeeld om het verschil tussen

EF, metacognitieve kennis en ZRL te

verduidelijken aan de hand van een

korte casus van een leerling:

Sofie heeft moeite met haar impul­

scontrole tijdens groepswerk. Ze

merkt dat ze vaak snel afgeleid raakt

of meteen iets zegt zonder eerst

goed na te denken. Dit valt onder

haar EF. Sofie is zich bewust van

deze uitdaging en gebruikt daarom

bewust strategieën, zoals even diep

ademhalen en haar beurt afwachten

voordat ze iets in de groepsdiscus­

sie inbrengt. Sofie weet dat deze

strategieën haar helpen om zich

beter te concentreren en rustig te

blijven tijdens de opdracht. Deze

kennis over zichzelf en over manie­

ren waarop ze zichzelf kan sturen,

noemen we metacognitieve kennis.

Door deze strategieën toe te passen,

kan Sofie zich beter focussen en

werkt ze effectiever samen met haar

klasgenoten. Dit is een voorbeeld

van ZRL.

Hieronder lees je wat deze kernfuncties precies

omvatten 38:

Inhibitie: jezelf beheersen, afleiding negeren, impul­

sen onderdrukken;

Werkgeheugen: informatie tijdelijk vasthouden en er

actief mee werken;

Cognitieve flexibiliteit: schakelen tussen perspectie­

ven of strategieën, je aanpassen aan nieuwe situaties.

Deze kernfuncties worden niet als dusdanig omschre­

ven in onderzoek naar ZRL. ZRL focust op de diverse

vaardigheden die leerlingen kunnen gebruiken om

hun leerdoelen te bereiken. Wanneer ze zichzelf goed

kennen (metacognitieve kennis) en zich bijvoorbeeld

bewust zijn van kern-EF die mogelijk nog niet hele­

maal goed ontwikkeld zijn, dan kunnen ze bewust en

doelgericht ZRL-strategieën inzetten om daarvoor te

compenseren. Lage inhibitie? Dan kan je anticiperen en

afleiding vermijden. Lage cognitieve flexibiliteit? Dan

kan je via goed tijdsbeheer extra tijd plannen tussen

activiteiten.

Je executieve functies ontwikkelen nog verder tot

je 25-26 jaar bent. Dat wil niet zeggen dat je moet

wachten tot deze volledig ontwikkeld zijn. Het gaat dan

onder meer over jonge kinderen of tieners met een

puberbrein in volle ontwikkeling. Integendeel, juist in

de periode hiervoor is het brein bijzonder ontvankelijk

voor ontwikkeling, en het brein (en de EF) ontwikkelt

juist dankzij ervaringen 39. Dit is dé periode bij uitstek

om strategieën aan te leren en deze vaardigheden

verder te ontwikkelen. Sterker nog, ZRL-vaardigheden

kunnen helpen om te compenseren voor EF die nog

volop in ontwikkeling zijn 40.

2.7. De ontwikkeling van ZRL tijdens de

adolescentie

Neurowetenschappelijk onderzoek laat zien dat het

tienerbrein volop verandert. De plasticiteit van de her­

senen – ofwel het vermogen van de hersenen om zich

aan te passen en te leren – is op zijn hoogtepunt in de

adolescentie. Dit maakt deze periode veel meer dan

alleen een kwetsbare overgangsfase 41.

Tijdens de tienerjaren worden hersennetwerken die

belangrijk zijn voor zelfregulering snel verfijnd. Dit

gaat bijvoorbeeld om plannen, de gevolgen van keuzes

inschatten, risico’s beoordelen, en impulsen en emo­

ties onder controle houden 42. Door deze ontwikkeling

leren jongeren hun gedrag steeds meer strategisch en

doelgericht te sturen in plaats van impulsief te reage­

ren. Ook de neiging van tieners om risico’s te nemen en

grenzen te verkennen, is niet alleen impulsief gedrag.

Het is ook een manier om hun hersennetwerken verder

te ontwikkelen, wat flexibele leerprocessen ondersteunt.

Kortom: adolescentie is niet alleen een periode van

uitdagingen, maar ook van grote kansen om ZRL te

versterken. Met goede begeleiding kunnen tieners

hun ZRL-strategieën flink verbeteren en groeien naar

verant­woordelijke, zelfstandige leerlingen.