Leidraad
Differentiatie:
samen naar de meet
Effectieve interventies tegen
onderwijsachterstanden in het basisonderwijs
Leidraad
Differentiatie:
samen naar de meet
Effectieve interventies tegen
onderwijsachterstanden in het basisonderwijs
Verdiepende info
Effecten uit onderzoek
Toelichting
Praktijkvoorbeeld
Zelf aan de slag
Colofon
Auteurs originele Nederlandse leidraad
Roel Bosker, Firdevs Durgut, Hester Edzes, Marieke Jol, Cathy Van Tuijl, Anne Luc van der Vegt
Auteurs hertaling
Milou de Smet – senior onderzoeker Expertisecentrum Onderwijs en Leren, Thomas More Hogeschool, Maxime Bultheel –
nascholer Expertisecentrum Onderwijs en Leren, Thomas More Hogeschool, Pieter Verachtert – hoofd onderzoek
Expertisecentrum Onderwijs en Leren, Thomas More Hogeschool
Expertgroep
Sara Berckmans (Odisee Hogeschool), Ellen Boone (OVSG), Lotje De Spiegeleer (GO!), Karolien De Vos (Ave Maria Basisschool,
Vlezenbeek), Maarten Dupont (Thomas More Hogeschool), Esther Gheyssens (Universiteit Gent), Patrick Malfait (Katholiek
Onderwijs Vlaanderen), Wouter Smets (Erasmus Universiteit Rotterdam), Katrien Struyven (Universiteit Hasselt), Kelly Thyssen
(SBS De Vlinderboom, Antwerpen), Tine Vandenbogaerde (GO! BS Erasmus, Deinze), Wim Van den Broeck (Vrije Universiteit
Brussel), Jaimy Van Dyck (GO! BS Lyceum). We danken ook Astrid Geudens (Thomas More Hogeschool) voor de waardevolle
discussies die de hertaling van deze leidraad mee vorm gaven.
Gebruikersgroep
Cindy Cottenjé (GO! BS De Pannebeke – De Stempel, Brugge), Koen De Muyter (GBS Kadrie, Kalmthout), Hobie Dujardin
(VBS Langemark), Elke Peeters (VBS Sint-Calasanz, Stabroek), Aurélie Standaert (VBS Sint-Jozef Sint-Pieter, Blankenberge),
Hans Vanarwegen (GBS Klimop, Mol), Christa Vermeulen (OZCS, Vorselaar)
Gelieve te verwijzen naar deze publicatie als
De Smet, M., Bultheel, M., & Verachtert, P. (2024). Leidraad differentiatie: Samen naar de meet. Stichting Leerpunt. Vlaamse
hertaling van Bosker, R., Durgut, F., Edzes, H., Jol, M., van Tuijl, C., & Van der Vegt, A. L. (2021). Leidraad differentiatie als
sleutel voor gelijke kansen. Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.
Datum van publicatie
Januari 2025
Vormgeving & lay-out: Graphixpoint
Met steun van de Vlaamse Overheid
Tekstkaders
In de gekleurde tekstkaders vind je extra informatie. De groene, roze en blauwe kaders vertellen je meer over wetenschappelij
ke achtergronden, de informatie in de licht- en donkerpaarse kaders is meer
praktisch van aard.
Inhoudstafel
Voorwoord
p. 4
Aanbevelingen samengevat
p. 6
Inleiding
p. 10
Aanbeveling 1: Vertrek vanuit uitdagende doelen
p. 14
Aanbeveling 2: Ken en volg je leerlingen
p. 20
Aanbeveling 3: Gebruik principes voor effectieve instructie
p. 30
Aanbeveling 4: Geef leerlingen de tijd
p. 40
Aanbeveling 5: Werk doelgericht en flexibel in groepjes
p. 48
Aanbeveling 6: Ontwikkel en onderhoud je lesvaardigheden
p. 56
Aanbeveling 7: Zorg voor een gepaste aanpak op schoolniveau
p. 64
Referentielijst
p. 72
Beste lezer
Welkom bij onze leidraad ‘Differentiatie:
samen naar de meet’ waarbij tips en aan
pakken rond convergente differentiatie
om onderwijsachterstanden weg te werken
worden uiteengezet.
Waarom leidraden?
Als kenniscentrum is het hoofddoel van
Leerpunt om de onderwijspraktijk te ver
sterken via wetenschappelijke inzichten.
Een van de manieren waarop dit zal
gebeuren, is via ‘leidraden’. Deze gidsen
leiden leraren, schoolleiders, zorg coördi
natoren, pedagogisch begeleiders, leraren
opleiders en andere onderwijsprofessionals
uit het basisonderwijs via onderbouwde
aanbevelingen naar praktische tips en aan
pakken die in de klas kunnen werken. In
elke leidraad wordt de verzamelde kennis
op een praktische en toegankelijke manier
verzameld.
De leidraad is geen handboek, waarin stap
voor stap staat beschreven hoe je als onder
wijsprofessional te werk moet gaan. In het
Voorwoord
onderwijs is er zelden of nooit één zalig
makende aanpak die altijd in alle klassen
en voor alle leraren werkt. Verschillende
situaties vragen om verschillende werk
wijzen. De leidraad zou wel moeten aanzet
ten tot reflectie en professionele gesprek
ken binnen schoolteams en stimuleert zo
om weloverwogen keuzes te maken in het
ontwikkelen van klaspraktijk.
Leerpunt streeft er ook naar samenwerking
tussen onderwijsprofessionals bevorderen,
waarbij hun professionele expertise vanuit
verschillende rollen bijdraagt aan het
verhogen van de onderwijskwaliteit.
Waarom een leidraad over
convergent differentiëren?
De leidraden gaan in op onderwerpen die
leraren en schoolleiders belangrijk vinden
voor kwaliteitsvol onderwijs. Het zijn onder
werpen waarover zij graag meer kennis
willen en houvast zoeken. Leerpunt bun
delde de prioriteiten van het Vlaamse
onderwijsveld in de kennisagenda (zie leer
punt.be/kennisagenda). Ook differentiatie
kwam daarbij naar voren als een thema met
een grote kennisnood.
De leidraad ‘Differentiatie: samen naar de
meet’ is gebaseerd op het meest recente
en relevante nationale en internationale
onderzoek naar differentiatie. De samen
gebrachte informatie uit onderzoek richt
"Leidraden leiden
onderwijsprofessionals via
onderbouwde aanbevelingen
naar praktische tips en aan
pakken voor de klaspraktijk."
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Voorwoord
“Hoe kan je er als leraar
voor zorgen dat alle
leerlingen de gestelde
doelen halen?”
zich specifiek op de vraag: ‘Hoe kan je er
als leraar voor zorgen dat alle leerlingen1 de
gestelde doelen halen?’
Hoe komt een leidraad
tot stand?
De ontwikkeling van een leidraad is een
proces met verschillende fases, waarbij niet
alleen onderzoekers maar ook onafhankelijke
beoordelaars zijn betrokken. Het proces
start met de publicatie van een overheids
opdracht door Leerpunt. Onafhankelijke
organisaties worden uitgenodigd om een
voorstel in te dienen. Leerpunt ontwikkelt
de leidraden dus niet zelf.
De ingediende voorstellen worden beoor
deeld door een onafhankelijke commissie.
Wie aan de gestelde standaard voldoet
en de beste beoordeling ontvangt, mag
de opdracht uitvoeren. Voor de leidraad
‘Differentiatie: samen naar de meet’ was
dat Expertisecentrum Onderwijs en Leren
(Thomas More Hogeschool).
De organisatie die de gunning won, kan de
leidraad beginnen ontwikkelen. Het proces
kan verschillen van leidraad tot leidraad. Voor
deze leidraad rond differentiatie was het een
hertaling. De leidraad werd oorspronkelijk
uitgewerkt in opdracht van de Nederlandse
organisatie NRO (Nationaal Regieorgaan
Onderwijsonderzoek) en werd geschreven
door commissies bestaande uit leraren,
zorgcoördinatoren, schoolleiders, leraren
opleiders, lectoren en wetenschappers2.
Het hertalen van de leidraad houdt in dat
deze door de onderzoekers wordt aange
past naar de Vlaamse onderwijscontext.
Dit gebeurde onder begeleiding van diverse
praktijk- en wetenschappelijke experten
om zowel de relevantie en toegankelijkheid
voor Vlaamse onderwijsprofessionals als de
wetenschappelijke kwaliteit te waarborgen.
Na ontwikkeling wordt de leidraad voor
gelegd aan de wetenschappelijke en
gebruikerscommissie van Leerpunt. Zij be
slissen finaal of de leidraad aan de gestelde
kwaliteitscriteria van Leerpunt voldoet.
Ten slotte wordt de leidraad vormgegeven
in de huisstijl van Leerpunt waarbij de
wetenschappelijke
en
praktijkgerichte
informatie aantrekkelijk en toegankelijk
wordt weergegeven.
Leidraden worden vanaf voorjaar 2025
regelmatig gepubliceerd op de website van
Leerpunt. Via de nieuwsbrieven kan je op
de hoogte blijven van de nieuwste publi
caties of oproepen tot nieuwe leidraden,
onderzoeken of projecten. Inschrijven kan
via de website.
Veel lees- en leerplezier!
Team Leerpunt
Leerpunt.be/leidraden
Leerpunt.be/nieuwsbrief
1 In deze leidraad wordt regelmatig verwezen naar ‘leerlingen’. Met deze overkoepelende term verwijzen we zowel naar kinderen in het
kleuter- als in het lager onderwijs. De aanbevelingen zijn dan ook zowel voor kinderen in het kleuter- als in het lager onderwijs inzetbaar.
2 De titel van de oorspronkelijke leidraad is ‘Differentiatie als sleutel voor gelijke kansen’.
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Voorwoord
Vertrek steeds vanuit hoge verwachtingen en stel ambitieuze en realistische
doelen. Daarbij is het essentieel om als leraar grondige kennis en inzicht te
krijgen in het Vlaamse doelenkader.
De vooropgestelde doelen vormen als het ware een kompas dat richting geeft aan
wat je als leraar in de klas doet. Binnen beheersingsleren worden dezelfde doelen
voor de hele klas gesteld maar wordt gevarieerd in het aantal en soort activiteiten
die leerlingen aangeboden krijgen om deze doelen te behalen.
Zorg daarbij altijd voor een goede afstemming tussen de leerdoelen, -activiteiten
en evaluatie.
Organiseer differentiatie zo veel mogelijk binnen de klas. Op die manier kom je
tegemoet aan het feit dat een klasgroep een sociale eenheid is waarin leerlingen
van en met elkaar leren.
Lees hier meer over op pagina 14.
Vertrek vanuit uitdagende doelen
Aanbevelingen samengevat
Hoe kan je leerlingen samen over de meet krijgen via convergente differentiatie? Deze
leidraad geeft daarvoor zeven aanbevelingen, die kunnen gebruikt worden door leraren,
pedagogisch begeleiders, lerarenopleiders en andere onderwijsprofessionals om in de klas
te differentiëren. Hieronder vind je een samenvatting van de zeven aanbevelingen. Lees de
volledige leidraad via leerpunt.be/leidraden/differentiatie-onderwijsachterstand-wegwerken.
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Aanbevelingen samengevat
Geef instructie op een gestructureerde en duidelijke manier. Door
een heldere structuur aan te brengen, wordt leerstof gemakkelijker
aangeleerd en langer onthouden door de leerlingen.
Directe instructie kan houvast bieden dankzij een gefaseerde aanpak.
De verschillende fases bieden concrete handvatten voor differentiatie.
Na klassikale instructie krijgen leerlingen die dat nodig hebben extra
instructie en begeleide inoefening.
Zorg voor een geleidelijke overgang tussen instructie en zelfstandige
verwerking. Dit doe je door aanvankelijk veel begeleiding en ondersteu
ning aan te bieden, maar deze geleidelijk af te bouwen naarmate de
leerling tot meer beheersing komt.
Voor jonge kinderen is een combinatie van instructie en begeleid spel
in kleine groepjes effectief. Als leraar kun je bijvoorbeeld meespelen en
met de leerling een taaldenkgesprek voeren over het spel.
Lees hier meer over op pagina 30.
Ga na wat je leerlingen al weten en waar ze staan ten opzichte van de leerdoelen.
Stel de onderwijsnoden van je leerlingen vast door dagelijkse observaties,
klasdiscussies, huiswerk, opdrachten, toetsen, …
Pas je instructie aan op de onderwijsnoden van de leerlingen. Houd daarbij
voortdurend de vinger aan de pols via een cyclische aanpak.
Formatief handelen is zo’n aanpak waarbij eerst wordt nagegaan in welke mate
de leerlingen de leerdoelen al beheersen om vervolgens gerichte aanpassingen
door te voeren in de instructie en verwerking.
Ook Response to Intervention is een cyclische aanpak waarbij de instructie
wordt aangepast op de onderwijsnoden van leerlingen. Elke 6 tot 9 weken wordt
een screeningstoets afgenomen om het niveau van de leerlingen vast te stellen.
Vervolgens kun je als leraar bepalen welke leerlingen basisinstructie, extra
instructie of instructie op maat krijgen.
Lees hier meer over op pagina 20.
Ken en volg je leerlingen
Gebruik principes voor effectieve instructie
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Aanbevelingen samengevat
Neem je onderwijsdoel als uitgangspunt bij het kiezen van een groeperingsvorm.
Ga steeds na met welk doel je de leerlingen wil samen zetten.
Als je wil inzetten op begeleiding op niveau en differentiatie in de tijd, zijn homo
gene groepjes geschikt. Houd hierbij rekening met het risico van stigmatisering
en herbekijk regelmatig je groepsindeling.
Wil je dat leerlingen samenwerken en met en van elkaar leren, dan bieden
heterogene groepjes een uitkomst waarin leerlingen zich aan elkaar kunnen
optrekken. Het gemotiveerd houden van alle leerlingen is een aandachtspunt.
Samenwerkend leren heeft positieve effecten op de leerresultaten en op de
leerhouding. Zorg ervoor dat alle leerlingen een bijdrage hebben en leerkansen
krijgen. Hierbij kun je ook klasoverstijgend werken, in tijdelijke flexibele groepjes.
Gebruik steeds een flexibele groepsindeling om de voordelen van groepswerk
optimaal te benutten en de nadelen te ondervangen.
Lees hier meer over op pagina 48.
Werk doelgericht en flexibel in groepjes
Extra tijd uittrekken voor leerlingen die moeite hebben de doelen te
behalen, is één van de beste recepten om te differentiëren. Bied hen
extra instructie- en oefentijd via pre-teaching, tutoring en digitale
oefenprogramma’s.
Pre-teaching vindt plaats vóór de klassikale instructie. Effectieve
werkwijzen zijn: aanleren van kernbegrippen, het aanbieden van
advance organizers en het activeren van relevante voorkennis.
Tutoring is een intensieve aanpak voor leerlingen die nog meer tijd
nodig hebben. Tutoring kan individueel, in kleine groepjes of door
leerlingen onderling worden gegeven.
Digitale oefenprogramma’s kunnen worden ingezet om leerlingen
extra oefening te bieden. Met name adaptieve programma’s bieden
mogelijkheden voor differentiatie omdat zij het aanbod gericht aan
passen op de eerdere antwoorden van leerlingen.
Lees hier meer over op pagina 40.
Geef leerlingen de tijd
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Aanbevelingen samengevat
Zorg ervoor dat je als leraar de basisvaardigheden voor leskwaliteit
onder de knie hebt. Deze basisvaardigheden zijn: een veilig leer
klimaat creëren, een gedegen klasmanagement voeren en effectieve
instructie geven. Deze stevige basis helpt om je initiatieven voor
differentiatie te versterken.
Deze vaardigheden leer je tijdens de lerarenopleiding, maar het is
belangrijk om ze voortdurend te onderhouden en verder uit te breiden
tijdens je loopbaan als leraar. Daarbij helpt coaching door ervaren
collega’s en het gericht (laten) observeren van lessen.
Dat geldt voor beginnende leraren, maar ook na de inwerkperiode blijft
verdere professionalisering belangrijk.
Binnen een professionele leergemeenschap ondersteunen leraren
elkaar. Dat doe je binnen het team, bijvoorbeeld met Lesson Study, of
met verschillende schoolteams tijdens collegiale visitatie.
Lees hier meer over op pagina 56.
Ontwikkel en onderhoud je lesvaardigheden
Breng de leerlingpopulatie van de school in kaart. Een goed beeld van de achter
grond van leerlingen helpt om proactief na te denken over een aanpak waarmee
voor alle leerlingen uitdagende doelen worden bereikt.
Investeer extra in het jonge kind. Een impuls op jonge leeftijd is van belang voor
een goede start in het basisonderwijs. Dat kan bijvoorbeeld door actief in te zetten
op taalverwerving, aandacht te hebben voor betekenisvolle thema’s en te werken
in kleine groepjes.
Ga na hoe je er op schoolniveau voor kan zorgen dat zoveel mogelijk leerlingen
de leerdoelen kunnen behalen binnen je reguliere aanbod in de klas. Op deze
manier blijft de extra begeleiding voor leerlingen in hogere fases van het zorg
continuüm haalbaar voor leraren.
Wees je bewust van een goede implementatie van programma’s op schoolniveau.
Inzetten op differentiatie is geen tijdelijk project, maar vraagt om voortdurende
monitoring en onderhoud.
Lees hier meer over op pagina 64.
Zorg voor een gepaste aanpak op schoolniveau
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Aanbevelingen samengevat
Leerlingen verschillen van elkaar. Zo lijken sommigen als vanzelf te leren, terwijl anderen er
hard voor moeten werken. Al bij aanvang van het basisonderwijs zijn de verschillen tussen
leerlingen groot1, en in de loop der jaren worden die verschillen vaak nog groter. Een deel
van deze leerverschillen op school worden veroorzaakt door verschillen in de omgeving
waarin kinderen buiten de schoolmuren opgroeien. Het is een van de grootste uitdagingen
van het onderwijs om ervoor te zorgen dat een gebrek aan leerkansen buiten de school
zo weinig mogelijk de leeruitkomsten van kinderen binnen de school bepaalt. Een van de
sleutels daartoe is differentiatie binnen de klas.
Deze leidraad gaat over differentiatie. Hij is
bedoeld om antwoord te geven op de vraag:
Hoe kun je als leraar ervoor zorgen dat alle
kinderen minimaal de ontwikkelingsdoelen
en eindtermen behalen? Het antwoord
wordt gegeven op basis van Vlaams en
internationaal wetenschappelijk onderzoek.
We hebben publicaties geselecteerd over
onderzoek dat voldoet aan hoge kwaliteits
standaarden, zodat we onderbouwde uit
spraken kunnen doen over de effectiviteit
van werkwijzen en interventies om te
differentiëren.
Wat is differentiatie?
Differentiatie is een breed begrip, waaraan
verschillende betekenissen en definities
worden gegeven. Een veel geciteerde
definitie is afkomstig van de Amerikaanse
onderwijskundige Carol Ann Tomlinson2:
Belangrijke elementen binnen deze definitie
zijn:
proactief aanpassingen doen;
verschillende leernoden;
leermogelijkheden van alle leerlingen
vergroten.
Inleiding
"Differentiatie is een onderwijsbe-
nadering waarbij leraren proactief de
inhoud van het onderwijs aanpassen
en/of de leermaterialen, de gevraag
de leeractiviteiten en de producten
van leerlingen. Dit doen ze om tege
moet te komen aan verschillende
leernoden van individuele leerlingen
of van kleine groepen leerlingen, om
daarmee de leermogelijkheden van
alle leerlingen in de klas te vergroten."
10
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Inleiding
De definitie is breed. In deze leidraad
bakenen we het begrip verder af. Onze
focus
ligt
namelijk
op
differentiatie
binnen de klas die erop gericht is om alle
kinderen in het basisonderwijs minimaal
de ontwikkelingsdoelen en eindtermen te
laten behalen. Dit wordt vaak convergente
differentiatie genoemd. We lichten dit
begrip en aanverwante begrippen hier wat
verder toe.
Binnenklasdifferentiatie
Differentiatie binnen het basisonderwijs
gaat in de eerste plaats over differentiatie
binnen de klas, ofwel binnenklasdiffer
entiatie. We bespreken hoe leraren binnen
de context van hun eigen klas kunnen
omgaan met verschillen tussen kinderen.
Dit kunnen ze onder meer door verschillen
in voorkennis weg te werken, extra leertijd
te organiseren en flexibel in groepjes te
werken.
Differentiatie kan uiteraard ook buiten de
klas plaatsvinden. Voorbeelden zijn klas
doorbrekend werken of het vormen van een
groep van leerlingen met bepaalde onder
wijsnoden. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld
aan een onthaalklas voor anderstalige
nieuwkomers of een kangoeroeklas voor
cognitief sterk functionerende leerlingen.
In deze leidraad richten we ons vooral op
differentiatie die binnen de sociale eenheid
van de klas plaatsvindt, d.w.z. op binnen
klasdifferentiatie. In Aanbeveling 1 ('Vertrek
vanuit uitdagende doelen') wordt verder
ingegaan op het belang van deze sociale
eenheid.
Convergente en divergente
differentiatie
Met differentiatie kunnen leraren verschil
lende intenties hebben. Als het de belang
rijkste intentie is om alle kinderen minimaal
de ontwikkelingsdoelen en eindtermen te
laten behalen, spreken we van convergente
differentiatie. Als de intentie is om verschil
lende doelen te hanteren voor verschillende
(groepen) leerlingen, noemen we dat
divergente differentiatie.
Bij convergente differentiatie ligt de nadruk
vooral op het verbeteren van de prestaties
van kinderen die moeite hebben om de
ontwikkelingsdoelen of eindtermen te be
reiken. Dat is van groot belang, want een
aanzienlijk deel van de leerlingen verlaat
het
basisonderwijs
zonder
voldoende
beheersing van basiskennis en -vaardig
heden3,4. Voor een belangrijk deel van
deze leerlingen hangen hun schoolse
moeilijkheden samen met een gebrek aan
leerkansen die zij buiten de schoolmuren
krijgen.
Convergente differentiatie past daarom bij
het onderwijsideaal om ervoor te zorgen
dat de sociale herkomst van kinderen min
der bepalend wordt voor hun schoolresul
taten5,6. Dit ideaal ligt mede aan de basis
van het beleid voor gelijke onderwijskansen
(GOK-beleid) dat sinds het begin van deze
eeuw door de Vlaamse overheid gevoerd
wordt7.
11
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Inleiding
De tegenhanger van convergente differen
tiatie is divergente differentiatie. Bij diver
gente differentiatie worden verschillende
doelen gesteld voor verschillende (groepen)
leerlingen. Het leerniveau en de interesses
van leerlingen zijn hierbij leidend. Kinderen
krijgen verschillende leerinhouden aan
geboden en werken toe naar verschillende
eindproducten, passend bij hun gestelde
doelen. Gepersonaliseerd onderwijs is een
voorbeeld van divergente differentiatie,
maar ook het bieden van een verrijkend
aanbod voor cognitief sterk functionerende
leerlingen.
Het is hierbij uiteraard belangrijk te bena
drukken dat beide vormen van differen
tiatie elkaar meestal niet uitsluiten. Het
is namelijk best mogelijk om tegelijk
convergent
te
differentiëren
richting
ontwikkelingsdoelen en eindtermen en
divergent te differentiëren richting extra
uitdagende doelen voor kinderen die de
minimale doelen al bereikt hebben.
In deze leidraad ligt het accent evenwel op
convergente differentiatie.
h Dit vraagt om een samenspel van
pedagogische, vakdidactische en
organisatorische vaardigheden van de
leraar. Je moet als leraar steeds goed
de doelen voor ogen houden die je met
je leerlingen wilt bereiken. Dit wordt
toegelicht in Aanbeveling 1 (‘Vertrek
vanuit uitdagende doelen’).
h Vervolgens is het belangrijk om goed
zicht te krijgen – en te houden – op
wat je leerlingen al kennen en kunnen
(zie Aanbeveling 2 (‘Ken en volg je
leerlingen’)) en een passend
onderwijsaanbod uit te werken.
h Kennis van principes voor effectieve
instructie, het inzetten van extra
leertijd en het flexibel hanteren van
groeperingsvormen helpen daarbij.
Dit beschrijven we in drie aparte
aanbevelingen: Aanbeveling 3 (‘Gebruik
principes voor effectieve instructie’),
Aanbeveling 4 (‘Geef leerlingen de tijd’)
en Aanbeveling 5 (‘Werk doelgericht en
flexibel in groepjes’).
h In de leidraad gaan we ook in op de
vaardigheden die je als leraar nodig
hebt als basis voor het differentiëren.
Dit doen we bij Aanbeveling 6
(‘Ontwikkel en onderhoud je
lesvaardigheden’).
h In Aanbeveling 7 (‘Zorg voor een
gepaste aanpak op schoolniveau’)
bespreken we tot slot het beleid op
schoolniveau.
Er is niet één recept voor differentiatie dat
onder alle omstandigheden van toepassing
is. De kunst is om de differentiatie af te
stemmen op de context van de school en
de leerlingen in de klas. Met zeven bondig
geformuleerde aanbevelingen hebben we
de kern te pakken van een goede,
effectieve
differentiatiepraktijk
die
de
kansen vergroot voor alle kinderen om
minimaal de ontwikkelingsdoelen en eind
termen te bereiken.
12
Leidraad Differentiatie: samen naar de meet Inleiding
Aanbeveling 1
Vertrek vanuit
uitdagende
doelen
1.1 Waarom is dit belangrijk?
Het ontwerpen van effectieve binnenklasdifferentiatie
vertrekt van heldere en uitdagende doelen. Welke ken
nis, vaardigheden en attitudes zouden alle leerlingen
op het einde van de les, de week of het schooljaar
moeten beheersen? Stel daarbij hoge verwachtingen.
Geloof in jezelf én in je leerlingen, ook in hen voor wie
leren – om welke reden dan ook – niet altijd even een
voudig loopt. Juist voor deze leerlingen kan je als leraar
het verschil maken.
Doelen geven richting aan wat je als leraar in de klas
doet. Ze zijn het kompas dat je niet uit het oog mag
verliezen. Differentiatie die niet duidelijk en expliciet
gebaseerd is op doelen, stoelt op los zand en is letter
lijk doelloos. We weten dat heldere en voldoende uit
dagende doelen leiden tot betere schoolprestaties bij
de leerlingen. Zo weten leerlingen beter wat er van hen
verwacht wordt en wordt hun aandacht sterker gericht
op wat echt belangrijk is in het aanbod in de klas.
Volgens John Hattie (2014) is doelgericht lesgeven een
van de meest effectieve strategieën die een leraar in
de klas kan toepassen8. Om efficiënt en doelgericht
te kunnen differentiëren is een goed begrip van de
leerdoelen die je nastreeft een absolute basisvereiste.
Deze leerdoelen zijn vervolgens een geschikt kompas
voor het vormgeven van de leeractiviteiten en de eva
luatie. Daarbij is het belangrijk om steeds te vertrekken
vanuit uitdagende doelen voor alle leerlingen in de klas.
14
Aanbeveling 1 Vertrek vanuit uitdagende doelen
1.2 Hoe vertrek je van uitdagende doelen?
Gelukkig hoef je als leraar niet alle doelen
zelf uit te denken of te ontwikkelen. Zo legt
de Vlaamse overheid ontwikkelingsdoelen
en eindtermen vast en bieden de onder
wijskoepels
hun
scholen
uitgewerkte
leerplannen aan. De doelen en leerlijnen
uit deze leerplannen worden door edu
catieve uitgevers gebruikt als basis voor
het ontwikkelen van leermiddelen. En
ook schoolteams kunnen aan de slag om
een gekozen leerplan verder te concreti
seren. Onderstaand kader maakt je weg
wijs in de precieze betekenis van al deze
verschillende soorten doelen en aan
verwante termen.
15
Aanbeveling 1 Vertrek vanuit uitdagende doelen
In Vlaanderen moeten scholen en leraren
zich baseren op wat het gevalideerde
doelenkader genoemd wordt. Dat kader
omvat een aantal doelen die door het
Vlaams parlement worden vastgelegd
(eindtermen en ontwikkelingsdoelen).
De meest recente versie van deze doelen
is steeds te vinden op deze website:
onderwijsdoelen.be. De door de over
heid opgelegde doelen worden vervol
gens door de onderwijsverstrekkers (bv.
de onderwijskoepels) vertaald in leer
plannen met leerplandoelen.
Eindtermen
Deze term wordt gebruikt voor de onder
wijsdoelen die de Vlaamse overheid
oplegt voor het gewoon lager en secun
dair onderwijs (en voor opleidingsvorm 4
van het buitengewoon secundair onder
wijs). Eindtermen zijn minimumdoelen
die de overheid noodzakelijk en bereik
baar acht voor deze leerlingen.
Ontwikkelingsdoelen
Voor het gewoon kleuteronderwijs en het
buitengewoon basisonderwijs wordt niet
gewerkt met eindtermen, maar met ont
wikkelingsdoelen. Ook dit zijn onderwijs
doelen die de Vlaamse overheid oplegt,
maar scholen zijn niet verplicht om deze
(bij het grootste deel van hun kleuters
of leerlingen) te bereiken. Er geldt een
inspanningsverbintenis, geen resultaats
verbintenis.
Leerplandoelen
Alle Vlaamse scholen en de Nederlands
talige scholen in Brussel zijn verplicht
om een door de overheid goedgekeurd
leerplan te volgen. Dit leerplan omvat
minstens de ontwikkelingsdoelen en
eindtermen, maar kan ook bijkomende
doelen bevatten die gehaald moeten
worden door de leerlingen in alle scholen
die met het leerplan werken. Daarnaast
laat een leerplan meestal nog ruimte
voor scholen om zelf nog bijkomende
doelen te formuleren.
Naast dit wettelijk kader, wordt in de
dagelijkse onderwijspraktijk ook gewerkt
met onderstaande termen:
Leerlijnen
Een
leerlijn
is
een
beredeneerde
en
coherente
opbouw
van
inhou
den,
tussendoelen
en
activiteiten
die naar een einddoel (bv. eindterm-
of ontwikkelingsdoel) leiden.
Tussendoelen
Tussendoelen zijn specifieke deelaspec
ten van leerlijnen die kunnen evolueren
van een basisniveau tot een complexer
niveau. Deze specifieke deelaspecten
kunnen we omschrijven als tussen
doelen m.b.t. kennis, vaardigheden en
attitudes.
Lesdoel
Dit is een doel dat concreet en contro
leerbaar omschrijft wat de leerlingen aan
het eind van de les kennen of kunnen.
Soorten onderwijsdoelen in Vlaanderen:
het gevalideerd doelenkader
Je zal bij het lezen van deze leidraad merken dat er regelmatig de term ‘leerdoelen’ wordt gebruikt. Deze
overkoepelende term wordt gebruikt wanneer het onderscheid tussen de verschillende doelen irrelevant is.
16
Aanbeveling 1 Vertrek vanuit uitdagende doelen
Beheersingsleren
Een concreet voorbeeld van hoe doelen
centraal kunnen staan in het maken van
didactische keuzes en het organiseren van
binnenklasdifferentiatie in het bijzonder,
is beheersingsleren. Bij beheersingsleren
worden dezelfde doelen voor de hele klas
gehanteerd, maar variëren het aantal en
de soort activiteiten die leerlingen aan
geboden krijgen om die doelen te bereiken.
Na het aanbieden en inoefenen van de
lesstof, wordt getoetst of leerlingen de stof
goed beheersen.
Op basis daarvan bepalen leraren wat de
volgende activiteit is. Deze vervolgactivi
teiten moeten ervoor zorgen dat alle leer
lingen de stof beheersen voordat de stap
naar een volgend leerdoel wordt gezet en
nieuwe stof wordt geïntroduceerd. Dit is in
het belang van efficiënt onderwijs. Als elke
leerling namelijk volledig op eigen tempo de
stof zou doorlopen, is klassikale instructie
niet meer goed mogelijk.
Meta-analyses van effectstudies laten zien
dat de extra leerwinst bij beheersingsleren
(of mastery learning zoals het in het Engels
genoemd wordt) aanzienlijk is in vergelij
king met een ‘traditionele’ aanpak waarbij
de leertijd voor alle leerlingen hetzelfde
is9. Andere bouwstenen van beheersings
leren zijn samenwerkend leren, formatieve
evaluatie
en
directe
instructie.
De
combinatie van die bouwstenen maakt
beheersingsleren succesvol10.
Basisstof, herhalingsstof en
verdiepingsstof
Een in Vlaanderen bekende werkwijze die
sterk verwant is aan beheersingsleren is
werken volgens het BHV-model11. De af
korting BHV staat daarbij voor Basisstof,
Herhalingsstof en Verdiepingsstof. Leraren
behandelen eerst de basisstof en laten
leerlingen deze inoefenen. Daarna stellen
ze met een formatieve toets vast of de
leerlingen de stof voldoende beheersen.
Leerlingen die deze nog niet beheersen,
krijgen herhalingsstof: extra instructie en/
of oefeningen.
De leerlingen die het wel begrijpen, krijgen
verrijkingsleerstof: verdiepende opdrach
ten over dezelfde leerstof. Nadat deze
stappen zijn doorlopen, volgt een tweede,
summatieve, toets. Daarna start het werken
aan een volgend (tussen)doel volgens
hetzelfde stappenplan (zie Figuur 1).
Figuur 1. Visuele weergave van het BHV-model.
Basisstof
Formatieve toets
Herhalings-
stof
Verrijkings-
stof
Summatieve toets
Nieuwe basisstof
17
Aanbeveling 1 Vertrek vanuit uitdagende doelen
Figuur 2. Constructieve afstemming tussen leerdoelen, onderwijs- en leeractiviteiten en evaluatie.
Het BHV-model wordt vaak door educatieve
uitgeverijen gebruikt om differentiatie
mogelijkheden in hun leermiddelen in te
bouwen. Een van de sterke kanten van dit
model is dat het voor alle leerlingen motive
rend is. Kinderen waarvoor het leren moei
lijker verloopt, doen succeservaringen op
doordat ze met extra herhaling en oefening
de leerstof toch leren beheersen. De cogni
tief sterkere leerlingen krijgen dan weer ex
tra uitdaging dankzij de verrijkingsstof.
Een belangrijke vraag is natuurlijk: hoe
ondersteun je als leraar zo goed mogelijk
de leerlingen die extra ondersteuning
nodig hebben? Dat doe je onder meer door
principes van effectieve instructie in je
lesgeven te verwerken (zie Aanbeveling 3
('Gebruik principes voor effectieve in
structie')), maar ook door meer leertijd te
bieden (zie Aanbeveling 4 ('Geef leerlingen
de tijd')).
Leerdoelen, activiteiten en
evaluatie: onlosmakelijk
verbonden
Bovenstaande voorbeelden laten zien dat er
voor effectief onderwijs steeds een grondige
afstemming nodig is tussen leerdoelen,
onderwijs- en leeractiviteiten en evaluatie.
Het leerdoel gaat hierbij voorop. Daarom
staan leerdoelen in onderstaande visua
lisatie12 ook niet toevallig bovenaan!
In de wetenschappelijke literatuur spreekt
men van constructieve afstemming (con
structive alignment)13. Hierin wordt gesteld
dat de evaluatie en de onderwijs- en leer
activiteiten altijd afgestemd moeten zijn op
de leerdoelen.
Wat moeten de leerlingen kennen en
kunnen?
Wanneer het leerdoel duidelijk is, denk
je na over welke leeractiviteiten nodig
zijn om jouw leerlingen dit beoogde
leerdoel te laten behalen.
Tot slot denk je na over hoe je kan eva
lueren of je leerlingen de gestelde leer
doelen daadwerkelijk hebben behaald.
De instructie, het leermateriaal, de oefen
momenten en de mate van begeleiding
worden zodanig ingezet dat deze optimaal
bijdragen aan het behalen van de leerdoelen.
Heldere doelen formuleren
Eindtermen, ontwikkelingsdoelen en leer-
plandoelen kunnen soms erg duidelijk en
afgelijnd zijn, waardoor ze onmiddellijk
bruikbaar zijn in de klas. Soms laten ze
echter nog veel ruimte voor meer concrete
invulling door scholen en leraren. In dat
geval rijst de vraag: hoe doe je dat dan,
heldere doelen formuleren?
Leerdoelen
Wat moeten je leerlingen kennen of kunnen?
Evaluatie
Hoe ga je na of je leerlingen
de leerdoelen beheersen?
Onderwijs- & Leeractiviteiten
Wat bied je aan om jouw leerlingen
dit aan te leren?
18
Aanbeveling 1 Vertrek vanuit uitdagende doelen
Een goede tip hierbij is om in de formulering
van een doel steeds een inhoudelijk deel
en een werkwoorddeel op te nemen14. Het
inhoudelijke deel verwijst naar de kern
van de vakinhoud die je je leerlingen wil
aanleren. Dat kan, bijvoorbeeld, het cen
trale concept of begrip van de les zijn. Het
werkwoorddeel verwoordt dan weer wat de
leerlingen met de vakinhoud precies gaan
doen. Beide delen moeten zo gekozen wor
den dat het doel voldoende specifiek en
meetbaar wordt. Het is namelijk belangrijk
dat de leraar ook kan evalueren in welke
mate de leerlingen dit doel ook echt bereikt
hebben.
Een concreet voorbeeld hierbij is:
"De leerlingen kunnen uitleggen wat het
verschil is tussen herbivoren, carnivoren
en omnivoren door kenmerken van hun
voedingspatronen te beschrijven."
Met z’n allen samen naar de meet
Het is belangrijk dat je er als leraar naar
streeft om je onderwijs zo te ontwerpen
dat de kans zo groot mogelijk is dat alle
leerlingen in je klas de leerdoelen kunnen
behalen. Door differentiatie binnen de klas
vorm te geven, komt de leraar tegemoet
aan het feit dat een klasgroep een sociale
eenheid is15. Zeker in de basisschool bren
gen kinderen talloze uren door samen met
hun klasgenoten en hun leraar. Binnen
deze klas is het belangrijk dat kinderen de
mogelijkheid krijgen om vàn en mét elkaar
te leren. De klasgroep ontwikkelt zich in de
loop van het schooljaar richting dezelfde
leerdoelen wat zorgt voor een gevoel van
samenhorigheid. Daarbij wordt uitgegaan
van het principe ‘We starten en eindigen
samen, niemand blijft achter’. De leraar
houdt hierbij voor alle leerlingen dezelfde
doelen voor ogen. Dat betekent echter niet
dat voor alle leerlingen dezelfde benadering
moet worden toegepast. Tegelijkertijd dient
een te individuele benadering vermeden
te worden waarbij iedere leerling op eigen
tempo en op eigen niveau werkt. Niet alleen
schuilt hierin de valkuil dat de toenemen
de spreidstand binnen de klas onhaalbaar
wordt voor de leraar, het vergroot ook on
derlinge verschillen waarna er geen gedeel
de basis is om het leerproces nadien verder
te zetten. Zo wordt ook het leren van elkaar
bemoeilijkt en zijn leerlingen vooral gericht
op zichzelf. Een gelukkige klas begint en
eindigt in gezamenlijkheid en houdt reke
ning met de verschillen tussen leerlingen
door verkorte en verlengde instructie17.
Beperk het aantal (tussen)doelen
per les (bijvoorbeeld twee of drie),
zodat de les doelgericht en haal
baar blijft.
Richt je steevast op de kerndoelen,
waar je gaandeweg andere doelen
aan koppelt.
Zie ‘monitoren’ breed: wat kan je
zien in de klas, tijdens oefeningen,
bij taken, aan het einde van de
les en na het (be)studeren van de
inhouden?
Wanneer leerplanmakers
leerdoelen niet categoriseren als
basis, uitbreiding of verdieping dan
doe je dit als leraar het best zelf om
het leren in de klas af te stemmen
op de leernoden van de leerlingen15.
Praktijktips16
19
Aanbeveling 1 Vertrek vanuit uitdagende doelen
Differentiatie is nodig omdat verschillende leerlingen
verschillende onderwijsnoden hebben. Een belang
rijke stap is om die onderwijsnoden vast te stellen.
Hierbij ga je als leraar uit van de doelen van het
onderwijs. Daarbij stel je vast waar alle leerlingen
staan ten opzichte van de gestelde doelen. Je
monitort de ontwikkeling voortdurend en past daarop
het lesontwerp aan.
2.1 Waarom is dit belangrijk?
Zoals aangegeven in de inleiding en in Aanbeveling 1
('Vertrek vanuit uitdagende doelen'), zijn de ge
stelde leerdoelen de primaire invalshoek om dif
ferentiatie effectief en efficiënt in te zetten om
ervoor te zorgen dat alle leerlingen deze leerdoelen
bereiken. Leerlingen vatten dit leerproces steeds
aan met verschillende achtergrondkenmerken zoals
motivatie, sociaal-economische status en leerstatus16.
Met leerstatus verwijzen we naar verschillen in de
voorkennis en kunde tussen leerlingen. De leerstatus
verklaart mede dat bepaalde inhouden door leerlingen
als ‘moeilijk’ of als ‘gemakkelijk’ ervaren worden. De
leerstatus van leerlingen kan erg variëren, ook binnen
een vak.
In tegenstelling tot de term ‘leerlingniveau’ bena
drukt leerstatus dan ook een dynamisch gegeven en
kan afhankelijk zijn van diverse factoren waaronder
de gestelde doelen en de context. Waar een leerling
staat in zijn leerproces is een momentopname. Die
leerstatus kan veranderen. We streven er in deze
leidraad voor om voor alle leerlingen de leerdoelen te
bereiken, ongeacht deze verschillen in leerstatus.
Aanbeveling 2
Ken en volg je
leerlingen
20
Aanbeveling 2 Ken en volg je leerlingen
Wanneer de leerdoelen voor de leraren en
de leerlingen duidelijk zijn, is het vervol
gens belangrijk om de leerstatus van de
leerlingen na te gaan. Concreet betekent dit
dus: wat kunnen en kennen de leerlingen
al? Om doelgericht te werken en rekening
te houden met deze verschillen in leersta
tus, moet het onderwijsaanbod afgestemd
worden op de leernoden van de leerlingen.
Het is daarbij belangrijk om regelmatig de
leerstatus van je leerlingen (opnieuw) te
achterhalen.
Er zijn verschillende modellen ontwikkeld
om het onderwijsaanbod goed af te stem
men op de leerstatus en de noden van leer
lingen. Voorbeelden hiervan zijn formatief
handelen en Response to Intervention. Ver
derop in deze aanbeveling gaan we meer
in op de werkende principes achter deze
modellen.
2.2 Hoe ken en volg je jouw
leerlingen?
Je leerlingen kennen en volgen betekent:
observeren, analyseren, vaststellen van
onderwijsnoden en zo nodig diagnosticeren.
Niet eenmalig, maar keer op keer door
zowel dagelijks het werk van leerlingen te
beoordelen, als periodiek met behulp van
gestandaardiseerde observaties en toetsen17.
Voorbeelden hiervan zijn: KOALA-, AVI-, LVS-,
IDP/OVSG-toetsen en de Vlaamse toetsen.
Met de vooropgestelde leerdoelen in het
achterhoofd selecteer je vervolgens de juiste
interventies die gericht zijn op het behalen
van deze doelen en het optimaliseren van
de leerwinst.
KOALA: Kleuteronderwijs en Luister
vaardigheid, de verplichte taalvaardig
heidstest voor Vlaamse kleuters
AVI: Analyse voor Individualiserings
normen, een instrument om leesvaardig
heid van kinderen te meten
LVS: leerlingvolgsysteem, verplicht sys
teem waarmee basisscholen de vooruit
gang en resultaten van het kind bijhoudt
IDP: interdiocesane proeven, proeven
die Katholiek Onderwijs Vlaanderen or
ganiseert in het vierde en zesde leerjaar
basisonderwijs
OVSG-toetsen: toetsen die Onderwijs
van Steden en Gemeenten afneemt
ter evaluatie en om de kwaliteit bij te
sturen.
Vlaamse toetsen: algemene toetsen
wiskunde en Nederlands die worden af
genomen in het vierde en zesde leerjaar
lager onderwijs en tweede en zesde jaar
secundair onderwijs ter meting van de
onderwijskwaliteit.
Gestandaardiseerde
observaties en
toetsen in Vlaanderen
21
Aanbeveling 2 Ken en volg je leerlingen